Maar eerst: wat is duurzame inzetbaarheid nu eigenlijk?
Duurzame inzetbaarheid draait om drie dingen: vitaliteit, werkvermogen en blijvend inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Maar bovenal gaat het om het goede gesprek. Is het werk nog passend? Sluit het aan bij iemands talent en levensfase? En wat is er nodig om nu én in de toekomst met plezier te blijven werken?
Ik zie in de praktijk dat juist deze gesprekken vaak lastig zijn. Omdat er twijfel is. Of omdat men bang is het verkeerde te zeggen. En ondertussen schuurt het steeds een beetje meer.