Waarom Nederlands recht van toepassing is op Hongaarse chauffeurs

Een tijd geleden is een belangrijke uitspraak gedaan in transportland. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde namelijk dat Nederlands recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten van Hongaarse chauffeurs. Deze uitspraak kan gevolgen hebben voor de wijze waarop transportbedrijven buitenlandse chauffeurs inzetten. 

Wat was de situatie? 

FNV startte zo’n 10 jaar geleden een onderzoek naar Van den Bosch Transporten, omdat het transportbedrijf mogelijk constructies bedacht met als doel om géén Nederlands loon aan buitenlandse chauffeurs te hoeven betalen. Om die reden startten Hongaarse chauffeurs – onder leiding van FNV – in 2014 een rechtszaak. 

Hongaars loon

De Hongaarse chauffeurs waren werkzaam als internationaal vrachtwagenchauffeur en hadden een arbeidsovereenkomst met de in Hongarije gevestigde Silo-Tank. Zij ontvingen loon naar Hongaars recht.

Silo-Tank is een zusteronderneming van Van den Bosch Transporten. De eigenaar, en tevens bestuurder van Van den Bosch Transporten, is ook bestuurder van Silo-Tank. Zowel Van den Bosch Transporten als Silo-Tank maakten voor hun planning, orderverwerking administratie, ICT en ‘quality’ gebruik van een derde (in Nederland gevestigde) onderneming.

Claim

De chauffeurs claimden:

  • primair dat Van den Bosch Transporten hun werkgever was en zij op die grond Nederlands loon hadden moeten ontvangen;
  • voor zover de rechter zou oordelen dat de chauffeurs niet in dienst waren bij de Nederlandse onderneming, claimden de chauffeurs op grond van Europese regelgeving (artikel 6 EVO en artikel 8 Rome I) dat alsnog Nederlands recht en daarmee Nederlands loon van toepassing was, omdat Nederland het land was waar zij ‘gewoonlijk’ hun werk verrichtten;
  • daarnaast meenden de chauffeurs dat, op grond van de Detacheringsrichtlijn, Nederlandse arbeidsvoorwaarden van toepassing waren.

De rechtszaken 

Er hebben verschillende rechtszaken plaatsgevonden met betrekking tot deze situatie:  

  • (2015) De kantonrechter oordeelde dat de Detacheringsrichtlijn - en daarmee de basisarbeidsvoorwaarden die in Nederland gelden - van toepassing was op de Hongaarse chauffeurs.  
     
  • (2017): De uitspraak van de kantonrechter hield in hoger beroep geen stand. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat Hongaars recht van toepassing was, omdat Hongarije het ‘gewone werkland’ was, dan wel het land waarmee de arbeidsovereenkomsten het meest verbonden waren (artikel 6 EVO en artikel 8 Rome I).  
     
  •  (2021): De chauffeurs gingen in cassatie en de Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde onder andere dat het hof de gezichtspunten (zie hieronder) had moeten betrekken bij het vaststellen van het ‘gewone werkland’. De Hoge Raad verwees terug naar het hof. 

Wat is het ‘gewone werkland’?   

Gezichtspunten

De zaak kwam terug bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof dient allereerst vast te stellen welk land als het ‘gewone werkland’ kan worden aangewezen. Dit heeft alles te maken met het land waar of van waaruit de werknemer het belangrijkste deel van zijn verplichtingen richting de werkgever vervult. De rechter dient hiervoor met name te onderzoeken in welk land:  

  • zich de plaats bevindt van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht; 
  • de werknemer instructies voor zijn opdrachten ontvangt en zijn werk organiseert; 
  • zich de arbeidsinstrumenten bevinden; 
  • het vervoer hoofdzakelijk wordt verricht; 
  • de goederen worden gelost; 
  • de werknemer, na zijn opdrachten, terugkeert. 

Nederland als het 'gewone werkland'

Het hof loopt in het arrest alle hierboven genoemde gezichtspunten langs en oordeelt dat een aantal van deze punten, waar het de organisatie van de transportopdrachten betreft, duidelijk naar Nederland wijzen als het ‘gewone werkland’. Zo: 

  • vond de planning van de transporten feitelijk plaats vanuit Erp; 
  • werden de instructies over de transportopdracht vanuit Nederland rechtstreeks aan de desbetreffende chauffeur gegeven; 
  • werden de algemene zaken zoals de administratie, de planningssoftware en de Maut vanuit Nederland geregeld; 
  • werden de vrachtwagens in Nederland ter beschikking gesteld, en; 
  • begon en eindigden de vervoersopdrachten in de meeste gevallen in Nederland.

Met betrekking tot het laatste punt meende Silo-Tank dat de opdrachten in Hongarije begonnen en eindigden. Dit nu Silo-Tank de aanreistijd - van hun woonplaats in Hongarije naar de ‘opstapplaats’ - en de terugreistijd - van de ‘afstapplek’ terug naar hun woonplaats - als werktijd aanmerkte.

Het hof veegt dit argument van tafel, want de daadwerkelijke reis (waar de vrachtwagens klaarstonden) begon en eindigde vaak in Nederland. Dat chauffeurs voor hun reisuren betaald werden, maakte volgens het hof niet dat hun werk begon in hun woonplaats.

Nog meer aspecten

Ook andere aspecten die partijen hebben aangedragen, wijzen meer op Nederland als het ‘gewone werkland’. Zo:  

  • stond de banklicentie van een rekening van de Hongaarse Kft op naam van Van den Bosch Transporten; 
  • vonden ziekmeldingen en verlofaanvragen van Hongaarse chauffeurs bij de Nederlandse onderneming plaats en;  
  • stond de brandstofpas die de chauffeurs gebruikten om te tanken op naam van Van den Bosch Transporten. 

Kortom

Kortom, het hof oordeelt dat Nederlands recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten van de Hongaarse chauffeurs. Werknemers hebben hiermee vermoedelijk een forse loonvordering op Van den Bosch Transporten. Wat dit concreet voor de chauffeurs betekent, wordt nog verder uitgeprocedeerd.  

Worden buitenlandse chauffeurs binnen uw onderneming ingezet en vraagt u zich af welke gevolgen dit kan hebben voor onder andere het toepasselijke salaris? Neem dan contact met ons op.

Een ander interessant (juridisch) onderwerp is het opzeggen van de arbeidsovereenkomst voor de aanvang eerste werkdag. Lees er meer over in onderstaand blog: