Wanneer is ontslag na overgang onderneming mogelijk?

Bij een overgang van onderneming gaan als uitgangspunt de rechten en plichten van de werknemers over naar de nieuwe eigenaar, de verkrijger. De werknemers treden van rechtswege automatisch in dienst bij de verkrijger. Wanneer is ontslag wel mogelijk?

Overgang onderneming

Om te bepalen of sprake is van een overgang van onderneming is het belangrijk dat de onderneming haar identiteit behoudt. Daarbij kijkt men naar zeven factoren:

  1. Aard van de betrokken onderneming
  2. Worden materiële activa overgedragen
  3. De waarde van de immateriële activa op datum overgang
  4. Wordt vrijwel al het personeel mee overgenomen?
  5. Wordt de klantenkring overgedragen?
  6. Komen de voor en na overdracht verrichte activiteiten overeen?
  7. Eventuele duur van de onderbrekingen van de activiteiten
Joanne Wesselo
Joanne Wesselo Senior Specialist Employment Law

Bescherming tegen ontslag

Werknemers zijn bij een overgang van onderneming beschermd tegen ontslag om bedrijfseconomische redenen. De vraag is hoe ver die bescherming reikt.

Uit de rechtspraak blijkt dat het ontslagverbod vanwege overgang van onderneming opzij kan worden geschoven als de verkrijger na de overgang besluit tot aanpassing van zijn organisatie op grond van zogenaamde economische, technische of organisatorische redenen, de eETO-redenen. Het gaat dan om redenen die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich meebrengen.

Hoge Raad geeft duidelijkheid

De Hoge Raad bekeek onlangs een zaak waarin een werknemer na een overgang van onderneming werd ontslagen. De werknemer werkte sinds 1994 bij een supermarkt en was daar personeelsverantwoordelijke (P&O) op basis van een dienstverband van acht uur per week. Hij hield zich bezig met verzuimregistratie en contracthuishouding.

In mei 2023 hoorde hij dat hij door overgang van onderneming automatisch in dienst was gekomen bij een andere franchisenemer. Deze nieuwe werkgever had een servicekantoor waar alle HR‑taken centraal worden uitgevoerd. Volgens de verkrijger was de functie van de werknemer binnen die organisatie niet inpasbaar en daardoor overbodig.

Herplaatsing lukte niet. De werkgever vroeg daarom een ontslagvergunning aan bij het UWV, maar die werd geweigerd. Vervolgens stapte hij naar de kantonrechter, die de arbeidsovereenkomst wél ontbond. Het hoger beroep van de werknemer slaagde niet. Daarna ging hij in cassatie bij de Hoge Raad.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad stelt dat het moet gaan om ETO‑redenen die geen intrinsiek verband hebben met de overgang van onderneming. Dat betekent niet dat er helemaal geen verband mag zijn, maar het ontslag mag niet worden ingegeven dóór de overgang. Zowel de belangen van werknemers als die van werkgevers moeten worden meegewogen.

Daarbij merkt de Hoge Raad op dat hoe sneller een reorganisatie na de overgang plaatsvindt, hoe beter de werkgever moet uitleggen dat het ontslag niet samenhangt met die overgang.

Toch ontslag

In deze zaak volgt de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof: de verkrijger heeft de ETO‑redenen voldoende aannemelijk gemaakt. De beslissing om de werkzaamheden anders te organiseren stond los van de overgang van onderneming. Daarom mocht de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen.

Heb je vragen over dit onderwerp of speelt er iets in jouw organisatie? Neem gerust contact met ons op.