Belastingheffing over vermogen in box 3 wat wijzigt er?

De belastingheffing over vermogen in Box 3 wordt aangepast. Het tarief in box 3 wordt in 2023, 2023 en 2025 verhoogd. Ook de heffingsgrondslag en het heffingsvrije vermogen wordt aangepast.

Belastingheffing over vermogen in Box 3

Als gevolg van het Kerstarrest van de Hoge Raad en het daardoor noodzakelijke rechtsherstel wordt de heffingsgrondslag in box 3 aangepast. Het tarief van box 3 wordt in 2023 verhoogd naar 32% (31% in 2022). Ook in 2024 en 2025 gaat het tarief van box 3 omhoog met 1%, naar respectievelijk 33% en 34%.

Het heffingsvrije vermogen wordt in 2023 verhoogd naar € 57.000 (in 2022: € 50.650).

De heffingsgrondslag van het vermogen van box 3 gaat uit van de werkelijke verdeling van jouw vermogens over drie vermogensgroepen:

  • Banktegoeden
  • Overige bezittingen (onder meer beleggingen en onroerend goed)
  • Schulden

Vervolgens wordt per vermogensgroep het forfaitaire rendement berekend:

  Banktegoeden (spaargeld) Overige bezittingen Schulden
2021 0,01% 5,69% 2,46%
2022 Nog niet vastgesteld 5,53% Nog niet vastgesteld
2023 Nog niet vastgesteld Nog niet vastgesteld Nog niet vastgesteld

Let op! Het heffingsvrije vermogen van box 3 is niet van invloed op het wel of niet krijgen van toeslagen, zoals zorgtoeslag, huurtoeslag of het kindgebonden budget. Daar gelden lagere vermogensgrenzen voor.

Tip! Ben je het niet eens met het geboden rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2022 omdat jouw daadwerkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement? Overleg dan met je adviseur over de mogelijkheden om bezwaar te maken. 

Wijzigingen belastingheffing over vermogen in box 3

In het Kerstarrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de belastingheffing op sparen en beleggen in strijd is met Europees recht. Voor de jaren 2017 tot en met 2020 wordt rechtsherstel geboden aan belastingplichtigen die bezwaar hadden gemaakt of waarvan de aanslag nog niet onherroepelijk vaststond. Naar aanleiding van het Kerstarrest wordt het Box 3-stelsel aangepast. 

Vanaf 1 januari 2023 wordt bij alle belastingplichtigen uitgegaan van de werkelijke verdeling van spaargeld, overige bezittingen en schulden. Aan ieder van deze vermogenscategorieën wordt vervolgens na afloop van het kalenderjaar een fictief rendement toegerekend.

Voor 2021 zijn de volgende forfaitaire rendementen bepaald:  

Soort vermogen Rendement 2021
Spaargeld (incl. contant geld en vruchtgebruik op spaartegoeden)  0,01%
Overige bezittingen 5,69%
Schulden  2,46%

De forfaitaire rendementen voor 2022 zullen na afloop van het kalenderjaar met terugwerkende kracht worden gewijzigd, zodat bij de in dat jaar behaalde rendementen kan worden aangesloten. Dat betekent dus dat bepaalde rendementen momenteel nog niet bekend zijn. 

Het rendement per vermogenscategorie is de waarde van het vermogensbestanddeel vermenigvuldigd met het daarbij behorende rendementspercentage. Bij een negatief rendement wordt het rendement op nihil gesteld.  

Heffingsvrij vermogen 

Het heffingsvrije vermogen wordt per 1 januari 2023 verhoogd van € 50.650 naar € 57.000 (€ 114.000 voor fiscaal partners). 

Tarief 

Over het voordeel uit sparen en beleggen wordt in 2023 een tarief van 32% geheven. Dit tarief zal jaarlijks met 1% toenemen tot 34% in 2025. 

 Peildatumarbitrage 

In de overbruggingswetgeving zal een antimisbruikbepaling worden opgenomen om te voorkomen dat belastingplichtigen tussen drie maanden voor en drie maanden na de peildatum vermogensbestanddelen voor korte duur zullen verschuiven.  

Let op! Het schuiven met vermogensbestanddelen rond de peildatum wordt door de Belastingdienst niet erkend, tenzij er niet-fiscale redenen aan ten grondslag liggen. De vermogensbestanddelen worden in dat geval door de Belastingdienst gezien alsof deze niet zouden zijn verschoven. 

Groene beleggingen 

Ook groene beleggingen moeten worden gesplitst in groene spaartegoeden en groene overige bezittingen. De vrijstelling voor groene beleggingen blijft van toepassing, maar zal moeten worden verdeeld over beide categorieën. In de overbruggingswetgeving is opgenomen dat de vrijstelling daarbij zo veel mogelijk wordt toegerekend aan de categorie overige bezittingen.   

 

Tip! Het kan bij overige bezittingen die minder rendement opleveren dan wat hierover aan belasting moet worden betaald, wenselijk zijn deze om te zetten in banktegoeden of – indien mogelijk – over te brengen naar de bv. 

Heb je vragen over de belastingheffing over box 3 of wil je samen met een belastingadviseur overleggen over de samenstelling van jouw vermogen? Laten we er samen naar kijken.

Top 10 fiscale wijzigingen

Op Prinsjesdag zijn de fiscale plannen voor 2023 bekendgemaakt. Wij hebben de 10 belangrijkste wijzigingen voor je gebundeld in deze whitepaper.