Prinsjesdag pre-special: Werkgevers en werknemers

De inzet van nieuwe technieken, aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, de stijging van de loonkosten, toenemende concurrentie door verplichte loontransparantie én nieuwe regelgeving. Het is een uitdagende tijd voor werkgevers. Hieronder zijn de te verwachte wijzigingen opgesomd.

Wijzigingen werkkostenregeling (WKR)

Via de WKR kun je werknemers onbelaste vergoedingen en verstrekkingen geven. Het mag daarbij ook gaan om zaken waar werknemers privé-voordeel van kunnen hebben, zoals het kerstpakket. Als het totale bedrag dat je uitgeeft aan deze vergoedingen en verstrekkingen binnen de zogenoemde vrije ruimte blijft dan is dit belastingvrij voor de loonheffingen.
De vrije ruimte is in 2026 2% over de eerste € 400.000 van de bruto loonsom. Boven de € 400.000 is dit 1,18%. De verwachting is dat in 2027 de vrije ruimte over de eerste € 400.000 stijgt naar 2,16%.

Verder is de WKR geëvalueerd. De regeling zou te ingewikkeld zijn en te veel administratieve lasten veroorzaken. Er zijn aanbevelingen gedaan waar de volgende wijzigingen uit voortkomen:

Afschaffen vrijstelling personeelskorting
Per 1 januari 2027 wordt de belastingvrijstelling voor personeelskorting afgeschaft. Waar het nu nog mogelijk is om als werkgever je werknemers korting te geven op producten of diensten vanuit het eigen bedrijf is dit vanaf 2027 niet meer belastingvrij mogelijk.
(Deze maatregel is niet alleen een vereenvoudiging maar ook een dekkingsmaatregelen van het energiepakket).
In 2026 kun je je werknemers nog tot maximaal 20% korting geven met een maximale totale waarde van € 500 per jaar. Als je als werkgever vanaf 2027 toch nog korting wilt geven aan je werknemers dan kun je dit ten laste van de vrije ruimte brengen. Dan moet daar uiteraard wel ruimte voor zijn.

Let op! In sommige gevallen zijn deze kortingen vastgelegd in de arbeidsvoorwaarden. Dit betekent dat je als werkgever goed moet kijken of dit binnen de vrije ruimte van de WKR past. Wanneer dit niet het geval is en de vrije ruimte wordt overschreden dan volgt er een eindheffing van 80%.

Overige aanbevelingen
Er zijn meer aanbevelingen gedaan c.q. wijzigingen besproken. Zo heeft het kabinet inmiddels besloten dat de gerichte vrijstelling voor scholing en studie geen einddatum krijgt.
Wat nog behandeld moet worden is de mogelijkheid om de eerste schijf van de vrije ruimte af te schaffen. Ook wordt er nog gekeken of het mogelijk is om op één dag een thuiswerk- en reiskostenvergoeding te verstrekken. Daarnaast wordt het eindheffingstarief, het tarief van 80% bij overschrijding van de vrije ruimte, opnieuw bekeken. De verwachting is dat hier al voor Prinsjesdag meer over bekend wordt gemaakt.
 

Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Het kabinet werkt aan een plan om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De grondslag van de voordelen uit aandelenopties wordt door de korting beperkt tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het effectieve loonheffingentarief wordt dan afgerond 32%, waarmee het ongeveer gelijk is aan de belastingheffing over aandelenopties in box 2.

Daarnaast is het de bedoeling dat belastingheffing pas plaatsvindt wanneer de verkregen aandelen daadwerkelijk worden verkocht. Hierdoor hoeven werknemers niet langer belasting te betalen voordat zij over de opbrengst kunnen beschikken.

De regeling wordt momenteel verder uitgewerkt. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.

Wijziging minimumjeugdloon en afschaffing bbl per 2027

Per 1 januari 2027 wordt het minimumjeugdloon voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar verhoogd. Het kabinet wil hiermee de bestaanszekerheid van jongeren vergroten. Het minimumjeugdloon is een vast percentage van het wettelijk minimumloon. Hieronder worden de nieuwe percentages weergegeven:

Leeftijd

Huidig percentage 

Percentage per 1 januari 2027 

16 jaar 

34,5%

40%

17 jaar 

39,5%

50%

18 jaar 

50%

62,5%

19 jaar

60%

75%

20 jaar

80%

87,5%

 

Daarnaast wordt het afwijkende minimumloon voor de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) per 1 januari 2027 afgeschaft. Mbo-studenten die een opleiding volgen via de bbl krijgen voortaan het volledige minimumjeugdloon dat bij hun leeftijd hoort. Hierdoor stijgen de loonkosten voor werkgevers die bbl-studenten in dienst hebben met 10% tot 25% (afhankelijk van de leeftijd van de werknemer).

Hogere reiskostenvergoeding

Vanwege de gestegen brandstof- en energieprijzen is in 2026 de maximale reiskostenvergoeding die werkgevers belastingvrij kunnen vergoeden omhooggegaan van 23 cent naar 25 cent per kilometer. Dit mag met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Deze verhoging is naar hoe het nu luidt structureel, dus ook voor volgende jaren.

Als werkgever kun je je werknemer hierdoor belastingvrij compenseren voor de gestegen brandstofprijzen. Dit betekent voor jou als werkgever uiteraard wel een kostenstijging. Je werknemers zullen je dankbaar zijn als je hier gebruik van maakt, maar het is uiteraard niet verplicht om de verhoging door te voeren.

AOF-premie en vrijheidsbijdrage. Bezwaar wenselijk?

Als werkgever betaal je Aof-premie, een premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds, aan de Belastingdienst. Het UWV financiert uit dit fonds een aantal werknemersverzekeringen, zoals de WAO en ZW-uitkeringen.

Om extra te kunnen investeren in defensie en veiligheid introduceert het kabinet een vrijheidsbijdrage. Dit gaan werkgevers merken door dat de AOF-premie stijgt vanaf 2027. Verder wordt de bijdrage deels betaald via de inkomstenbelasting. Dit is gepresenteerd als structureel beleid, geen tijdelijke maatregel.

Terwijl er met het huidige systeem van het Aof al een behoorlijke buffer is opgebouwd is het kabinet nu voornemens de premie verder te verhogen. Er is veel kritiek op dit plan gekomen. Het Aof wordt namelijk niet alleen gebruikt voor de arbeidsongeschiktheidslasten, maar ook om gaten in de begroting te dichten én dus vanaf 2027 een deel de defensie-uitgaven te financieren.

Er zijn veel werkgevers die bezwaar hebben gemaakt tegen de AOF-premie gezien het feit dat er een buffer op wordt gebouwd tegen de oorspronkelijke bedoeling van de regeling in. Wil jij hier meer over weten? Lees dan ons artikel:  AOF-premie al jaren te hoog?

Wijziging pseudo-eindheffing vervroegde uitdiensttreding (RVU)

Wanneer je je werknemers een regeling aanbiedt om de periode tot aan het pensioen te overbruggen dan betaal je sinds 2011 een extra heffing van 52%. Deze uitkeringen, ook wel bekend als RVU, zijn per 1 januari 2026 gestegen naar 57,7% en het is de bedoeling dat dit percentage per 1 januari 2027 wordt verhoogd tot 64% en in 2028 naar 65%.

Als tegemoetkoming voor werknemers die moeilijk kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd geldt sinds 2026 een RVU-drempelvrijstelling. Voor regelingen binnen 36 maanden voor de AOW-leeftijd die binnen de vrijstelling vallen is deze extra heffing niet verschuldigd. De vrijstelling bedraagt in 2026 € 2.357 bruto per maand en gaat via jaarlijkse indexatie gelijk oplopen met de ontwikkeling van contractlonen.

Wil jij je werknemers financieel ondersteunen bij vervroegde uitdiensttreding? Dan is het verstandig om de mogelijkheden binnen de vrijstelling te laten beoordelen. Neem hiervoor contact op met Mark Hilarius van ons collegakantoor JAN© via MarkHilarius@JAN.nl of 088-220 2330.

Het is niet altijd duidelijk of een regeling onder een RVU valt. Ook een eenmalige uitkering of regeling die vóór de pensioendatum afloopt, kan kwalificeren. Zorg er dus voor dat je goed geadviseerd wordt!

30%-regeling wordt 27%-regeling

Wanneer je als werkgever een werknemer met specifieke deskundigheid uit het buitenland aantrekt om in Nederland te werken, kan gebruik worden gemaakt van de 30%-regeling (of expatregeling). Het idee is dat door deze regeling de extra kosten, ook wel “extraterritoriale kosten” genoemd, die een verhuizing naar Nederland en het wonen buiten het land van herkomst met zich meebrengen, worden gecompenseerd. 

Op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn werknemers met een bepaalde specialistische kennis schaars. Denk aan wetenschappers, IT-specialisten, technologische onderzoekers en overige hoogopgeleide specialisten. Daarnaast is de regeling ook toegankelijk voor werknemers die naar Nederland overgeplaatst worden door een internationaal concern. Voor de toets of een specifieke deskundigheid schaars is speelt met name de hoogte van het salaris een belangrijke rol.
Wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan kun je als werkgever jaarlijks kiezen uit twee opties om de extra kosten van deze werknemer te compenseren.

  1. Het belastingvrij vergoeden van de werkelijke kosten.
  2. Een vaste belastingvrije vergoeding tot 30% van het brutosalaris (tot het daarvoor geldende salarisplafond).

De regeling mag maximaal 5 jaar worden toegepast.

Er zijn de afgelopen jaren wijzigingen doorgevoerd en per 2027 zou er een stapsgewijze afbouw worden doorgevoerd. Dit gaat echter niet door omdat dit volgens het kabinet niet gunstig zijn voor het vestigingsklimaat. In plaats daarvan wordt met ingang van 2027 het percentage van de vaste vergoeding verlaagd van 30% naar 27%.
 

Einde overgangsregeling partiële buitenlandse belastingplicht voor expats

De mogelijkheid voor expats om te kiezen voor partiële buitenlandse belastingplicht is per 1 januari 2025 al afgeschaft. De regeling zorgde ervoor dat bij buitenlandse werknemers bepaalde buitenlandse inkomsten en vermogensbestanddelen buiten de Nederlandse belastingheffing bleven.

Expats die vóór 1 januari 2024 gebruikmaakten van de 30%-regeling, konden via een overgangsregeling nog tot en met 31 december 2026 kiezen voor partiële buitenlandse belastingplicht. Vanaf 2027 worden alle expats als binnenlands belastingplichtige aangemerkt. Dit betekent dat ook inkomsten uit box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (vermogen) in de Nederlandse belastingheffing worden betrokken.

Verder zijn er aanpassingen aan het concurrentiebeding en relatiebeding aangekondigd:

Het kabinet is voornemens om het concurrentiebeding te hervormen. Het streven is om eind 2026 een wetsvoorstel in te dienen bij de Tweede Kamer. Het idee is dat het huidige concurrentiebeding, én het veelvuldig gebruik ervan, zorgt voor minder arbeidsmobiliteit én dus ook minder kennisuitwisseling tussen bedrijven, met als gevolg dat dit innovatie en de productiviteitsgroei belemmert.

Er liggen drie wijzigingen op tafel:

  • Werkgevers moeten een financiële vergoeding betalen aan de werknemers wanneer zij een beroep doen op het concurrentiebeding.
  • Het concurrentiebeding mag maximaal één jaar gelden.
  • Werkgevers moeten expliciet vastleggen voor welk geografisch gebied de beperking geldt.

Ook het relatiebeding wordt tegen het licht gehouden. Vertrekkende werknemers kunnen nu worden verboden om werkzaamheden te verrichten voor klanten of zakelijke relaties van de oud werkgever. Het zal mogelijk blijven om bedrijfsgevoelige informatie en klantrelaties te beschermen maar de beperkingen moeten meer in verhouding komen te staan tot het belang van de werkgever.

Prinsjesdag:

dit kan je in 2027 verwachten

Prinsjesdag valt vroeg dit jaar, op dinsdag 15 september 2026. Via deze pagina houden we je op de hoogte van de ontwikkelingen. 

Wil je direct na Prinsjesdag inzicht in de maatregelen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd en weten welke kansen en gevolgen die hebben voor jou? Schrijf je dan in voor ons live Prinsjesdag-webinar op woensdag 16 september om 15:30 uur.