Prinsjesdag pre-special: Inkomstenbelasting

Al jaren is het voornemen om naar een eenvoudiger belastingstel te gaan. In de inmiddels aangekondigde plannen voor Prinsjesdag is daar nog weinig van terug te zien. We zijn benieuwd wat er in de uiteindelijke plannen terug te zien is van dit voornemen. Het huidige inkomstenbelastingstelsel zou eenvoudiger en meer voorspelbaar moeten worden, werken moet meer lonen én de heffingskortingen en overige inkomensafhankelijke regelingen zouden stapsgewijs worden beperkt.

Inkomstenbelasting

De wijzigingen binnen de inkomstenbelasting gaan veelal over wijzigingen binnen het boxenstelsel. Hoe werkt dit ook alweer?

Via box 1 wordt de belasting berekend over je inkomen uit werk en woning (dus je salaris, uitkering, inkomsten uit onderneming). Hier bovenop wordt het inkomen uit de eigen woning geteld (het eigenwoningforfait). Dit bedrag wordt verminderd met aftrekposten zoals de hypotheekrente en de uitgaven voor inkomensvoorzieningen zoals een arbeidsongeschiktheids- of lijfrenteverzekering.

Via box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang berekend. Je hebt een aanmerkelijk belang bij 5% of meer van de aandelen in bijvoorbeeld een B.V. De dividenduitkeringen die je ontvangt worden via box 2 belast.

Via box 3 wordt het inkomen uit sparen en beleggen belast. Dus je bankrekeningen, effecten, maar ook een tweede huis en je overige bezittingen worden via deze box belast.

De tarieven in Box 1

In de onderstaande tabel zijn de tarieven van box 1 voor 2025, 2026 en 2027 weergegeven.

Tarief tot AOW-leeftijd

   

2025

2026

2027

Schijf 1: 35,82%
tot € 38.441

Schijf 1: 35,75%
tot € 38.883

Schijf 1: vanaf Prinsjesdag bekend

Schijf 2: 37,48%
tussen € 38.441 en € 76.817

Schijf 2: 37,56%
tussen € 38.883 en € 78.426

Schijf 2: vanaf Prinsjesdag bekend

Schijf 3: 49,50%
vanaf € 76.817

Schijf 3: 49,50%
vanaf € 78.426

Schijf 3: vanaf Prinsjesdag bekend

 

Tarief vanaf AOW-leeftijd

   

2025

2026

2027

Schijf 1: 17,92%
tot € 38.441 (vanaf 1946)
tot € 40.502 (voor 1946)

Schijf 1: 17,85%
tot € 38.883 (vanaf 1946)
tot € 41.123 (voor 1946)

Schijf 1: vanaf Prinsjesdag bekend

Schijf 2: 37,48%
tot € 76.817

Schijf 2: 37,56%
tot € 78.426

Schijf 2: vanaf Prinsjesdag bekend

Schijf 3: 49,50%
vanaf € 76.817

Schijf 3: 49,50%
vanaf € 78.426

Schijf 3: vanaf Prinsjesdag bekend

Het tarief in Box 2 – de dividenduitkering

In 2026 betaal je over je belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (de dividenduitkering) 24,5% binnen de eerste schijf én 31% over het meerdere.

 2025

2026

2027

 24,5% tot € 67.804
 31% daarboven

24,5% tot € 68.843
31% daarboven

24,5% tot € nog onbekend
31% daarboven

 

Bij fiscale partners wordt de schijf verdubbeld, mits de dividenduitkering gelijk wordt verdeeld.

Er zijn geen berichten die erop wijzen dat deze tarieven wijzigen voor 2027.

Tip!  Plan je dividenduitkeringen. Zet op een rijtje wanneer je de komende jaren grotere uitgaven wil doen en wanneer je daarvoor dividend wilt uitkeren. Een dividenduitkering eind december én begin januari (waar letterlijk 2 dagen tussen zou kunnen zitten kan een behoorlijk bedrag aan belasting schelen). Vergeet daarbij dus niet om de ruimte binnen het lage tarief (van jou en je de fiscaal partner) mee te nemen in deze afweging.

Box 3

Box 3 regelt de belasting die je betaalt over je spaargeld en andere vermogensbestanddelen. In de afgelopen jaren gebeurde dit steeds forfaitair zonder rekening te houden met de werkelijke situatie, al kwam daar na uitspraken door de Hoge Raad en de daaropvolgende Tegenbewijsregeling al iets verandering in. Maar voor de toekomst wordt nu gezocht naar een ander, meer eerlijker, systeem voor de belastingheffing over sparen en beleggen. Het oorspronkelijke wetsvoorstel is teruggestuurd naar de tekentafel. Met Prinsjesdag zou er een definitief voorstel moeten liggen. De verwachting is nog steeds dat deze wordt ingevoerd vanaf 2028. Hoe kun je je daar in 2026 en 2027 het beste op voorbereiden? Met Prinsjesdag weten we hopelijk meer.

Tot 2028 kan er voor de berekening van het box 3 rendement jaarlijks worden gekozen tussen twee methodes van berekening, waarbij je vrij bent de voor jou meest gunstige te kiezen.

Welke twee methodes zijn er?

  1. Forfait: hierbij wordt uitgegaan van vastgestelde percentages voor bank- en spaartegoeden, overig vermogen, en schulden. Wel is er een vrijstelling dat je over de ook Voor fiscaal partners geldt een vrijstelling voor box 3 van afgerond € 60.000 per fiscaal partner. Over dit deel van je vermogen betaal je dus geen belasting.
  2. Tegenbewijsregeling: bij deze methode geef je het “daadwerkelijk” behaalde rendement op. Kosten (op de rente op schulden na) mag je echter niet in mindering brengen, en als rendement wordt ook bijvoorbeeld de waardestijging van het pand meegeteld terwijl dit nog volledig in de stenen zit. Deze methode kent geen vrijstelling.

Welke berekeningsmethode je ook kiest, het tarief over het berekende rendement bedraagt 36%.

Rendements-
percentages forfait:

2025

2026

2027

Bank- en spaartegoeden

1,37%

Voorlopig: 1,28%*

Wordt begin 2028 bekend gemaakt.

Beleggingen en overige bezittingen

5,88%

6,00%

6,37%

Schulden

2,70%

Voorlopig: 2,70%*

Wordt begin 2028 bekend gemaakt.

* Het percentage voor beleggingen en overige bezittingen staat al vast voor 2027, de percentages voor banktegoeden en schulden zijn nog onbekend. Ook die voor 2026 zijn nog voorlopig. Deze laatste worden begin 2027 pas vastgesteld.

Pensioengevend salaris bevroren

Het salaris waarover je maximaal pensioen kunt opbouwen is de afgelopen jaren gestegen van € 100.000 in 2015 naar € 137.800 in 2024 én over de jaren 2025 en 2026 is dit bedrag door de politiek bevroren.
Dit wil zeggen dat werknemers, en DGA’s, over het meerdere van het brutosalaris geen aanvullend pensioen kunnen opbouwen. Waar het dus eerder gebruikelijk was om dit bedrag te indexeren is dit nu al een aantal jaar niet het geval. En dit zal waarschijnlijk de komende jaren ook zo blijven. Aangekondigd is dat tot en met 2032 het pensioengevend salaris € 137.800 zal blijven.
 
Is jouw salaris, of dat van jouw werknemer, hoger? Dan wordt er over het meerdere dus geen pensioen opgebouwd. Wil jij weten wat de gevolgen zijn voor jouw besteedbaar inkomen tijdens je ‘oude dag’? Laat je dan eens goed informeren. Mark Hilarius, financieel planner én pensioenadviseur bij ons collega kantoor JAN© is je graag van dienst. Neem contact op via MarkHilarius@JAN.nl.

Afbouw vrijstellingen groene beleggingen

Op Prinsjesdag 2025 is reeds aangekondigd dat de vrijstelling voor groene beleggingen afgeschaft wordt. Het idee was om het belastingvoordeel voor groen beleggen per 2027 af te schaffen. Het lukt de Belastingdienst echter niet om dat door te voeren. De vrijstelling bedraagt in 2026 nog € 26.715, maar per 2027 wordt dit verlaagd naar het symbolische bedrag van € 200. Voor fiscaal partners geldt het dubbele.

De heffingskorting voor groene beleggingen blijft tot en met 2027 0,1% van het vrijgestelde bedrag, wat voor 2027 dus feitelijk geen voordeel meer geeft. Per 2028 is er helemaal geen vrijstelling en extra heffingskorting meer.

Afschaffing aftrek specifieke zorgkosten per 2028

Het kabinet is voornemens de aftrek van specifieke zorgkosten per 2028 af te schaffen. Denk in zijn algemeenheid aan uitgaven voor ziekte die je zelf betaalt en niet vergoed krijgt van je zorgverzekering. De maatregel is nog niet definitief en moet nog verder worden uitgewerkt. Mogelijk brengt Prinsjesdag 2026 meer duidelijkheid.

 

Prinsjesdag:

dit kan je in 2027 verwachten

Prinsjesdag valt vroeg dit jaar, op dinsdag 15 september 2026. Via deze pagina houden we je op de hoogte van de ontwikkelingen. 

Wil je direct na Prinsjesdag inzicht in de maatregelen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd en weten welke kansen en gevolgen die hebben voor jou? Schrijf je dan in voor ons live Prinsjesdag-webinar op woensdag 16 september om 15:30 uur.