Bij uitzondering vermogenswinstbelasting
Voor onroerende zaken bestaat het werkelijke rendement uit het directe rendement, zoals huurinkomsten, én uit gerealiseerde winsten of verliezen bij verkoop. Je hoeft de jaarlijkse waardestijging niet mee te rekenen. Voor onroerende zaken geldt namelijk een uitzondering: een vermogenswinstbelasting. Deze uitzondering geldt ook voor aandelen in start-ups en scale-ups.
Let op! De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd om een heldere definitie van familiebedrijven uit te werken en te onderzoeken hoe aandelen in familiebedrijven onder een vermogenswinstbelasting kunnen vallen in plaats van een vermogensaanwasbelasting.
Vastgoedbijtelling
Voor onroerende zaken die minder dan 90% van het jaar verhuurd worden, geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ‑waarde, als dit hoger is dan de werkelijke huurinkomsten. Ook als je een pand helemaal niet verhuurt, zoals een vakantiewoning voor eigen gebruik, moet je een rendement van 3,35% van de WOZ‑waarde rekenen.
Let op! De vastgoedbijtelling staat ter discussie in de Tweede Kamer. Mogelijk wordt deze regeling al vanaf 1 januari 2028 aangepast.
Kostenaftrek
Bij het berekenen van je werkelijke rendement mag je vanaf 2028 rekening houden met kosten zoals betaalde rente, kosten van een bankrekening, aan- en verkoopkosten van beleggingen en onderhouds- en periodieke kosten van je onroerende zaken.