Eerste btw-aangifte 2018: vergeet de btw op oninbare vorderingen niet!

In februari dient u mogelijk al de eerste aangifte omzetbelasting over 2018 in. Het is de eerste keer dat u in de aangifte de btw op oninbare vorderingen kunt terugvragen. De btw is terug te vragen één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden als de factuur op dat moment nog niet is betaald.

Hans Wiersma
Hans Wiersma

Terugvragen in de btw-aangifte

Heeft u vorderingen met een uiterste betaaldatum vóór 1 januari 2017, en heeft uw klant deze nog steeds niet betaald, dan worden de vorderingen op 1 januari 2018 aangemerkt als oninbaar.

Een apart schriftelijk verzoek om teruggaaf is niet meer nodig. De btw over deze oninbare vorderingen moet u terugvragen in uw eerste btw-aangifte van 2018. Dat kan bij vraag 1a of 1b.

Ligt de uiterste betaaldatum van een oninbare vordering ná 1 januari 2017, dan kunt u de btw over deze vordering terugvragen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin duidelijk is dat uw klant niet meer zal betalen. U kunt de btw in ieder geval terugvragen uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur.

Tip 1

Als uw klant een oninbare vordering later alsnog (deels) voldoet, dan moet u de teruggevraagde btw weer terugbetalen aan de Belastingdienst.

Tip 2

De tegenhanger van de oninbare vordering is de niet-betaalde factuur. Als crediteur daarvan dient u de eerder in vooraftrek gebrachte btw op een nog niet betaalde factuur na de éénjaarstermijn weer aan te geven en af te dragen.

Tip 3

Als al op een eerder moment duidelijk wordt dat uw klant niet betaalt, bijvoorbeeld omdat deze failliet is verklaard, ontstaat al op dat eerdere moment recht op teruggaaf. U hoeft dan niet de éénjaarstermijn af te wachten.

Meer over btw

Blog
BTW-suppletie, laat het geen dreun na worden!
Lees meer
Pagina
Kennis van btw
Lees meer