Twee uitspraken met grote gevolgen voor de Nederlandse reisbranche

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU) heeft op 19 december 2018 twee uitspraken gedaan die naar verwachting grote invloed hebben op de behandeling van de btw door ondernemers in de reisbranche.

Hans Wiersma
Hans Wiersma

Winstmarge verschuldigd bij (vooruit)betaling

Nederland staat nog toe dat de btw van de reisondernemer ter zake van zijn winstmarge verschuldigd wordt op het moment dat de reis is voltooid.

In de zaak Skarpa Travel heeft het Hof van Justitie van de EU beslist dat een reisondernemer de btw ter zake van zijn winstmarge al bij de ontvangst van een (vooruit)betaling verschuldigd is.

Raming van kosten

Omdat bij de (vooruit)betaling vaak nog niet alle kosten bekend zijn, mag de winstmarge volgens het Hof van Justitie van de EU worden berekend op basis van een raming van de kosten.

Als later alle kosten bekend zijn, moet een herrekening van de ter zake van de winstmarge verschuldigde btw plaatsvinden.

Verhuur vakantiewoning

Bij de verhuur van een vakantiewoning wordt in Nederland de reisbureauregeling niet toegepast. De verhuur van vakantiewoningen in Nederland is daarom belast met 6% btw.

Het Hof van Justitie van de EU heeft beslist dat enkel de terbeschikkingstelling van een vakantiewoning door een reisbureau, die is gehuurd van een andere belastingplichtige, valt onder de bijzondere regeling voor reisbureaus. Hierdoor is de ondernemer btw verschuldigd ter zake van zijn winstmarge en heeft hij geen recht op aftrek van voorbelasting.

Hetzelfde geldt voor een dergelijke terbeschikkingstelling van een vakantiewoning samen met andere prestaties, ongeacht het belang van deze aanvullende prestaties.

Algemene btw-tarief

Verder heeft het Hof van Justitie van de EU beslist dat op deze dienst niet het verlaagde btw-tarief, maar het algemene tarief van toepassing is.

Lager rendement

De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU heeft niet alleen gevolgen voor reisondernemers, maar kan ook voor exploitanten van vakantieparken die vakantiewoningen verhuren van invloed zijn. Het toepassen van de reisbureauregeling zal leiden tot een lager rendement.

Overgangsperiode

Nederland zal haar regelgeving aan de uitspraken van het Hof van Justitie van de EU moeten aanpassen. Naar verwachting wordt er een overgangsregeling getroffen, zoals ook bij eerdere aanpassing van de reisbureauregeling.

Zolang de Staatssecretaris van Financiën zijn beleid nog niet heeft aangepast, kunnen reisondernemers hun huidige handelswijze voortzetten.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op.