Handig omgaan met investeringsfaciliteiten

Als u in 2017 voor meer dan € 2.300 investeert in bedrijfsmiddelen, heeft u recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Deze aftrek geldt voor investeringen tussen de € 2.300 en € 312.176.

Renate Ekhart
Renate Ekhart

Hierbij wordt onder investeren verstaan: het aangaan van een verplichting. De datum waarop u de offerte heeft getekend geldt als investeringsmoment. Investeert u niet meer dan € 2.300? Dan kan het een overweging zijn om nog voor het eind van het jaar een investering te doen. Dreigt u het maximum van € 312.176 te overschrijden, dan kan het raadzaam zijn een deel van uw investeringen uit te stellen naar 2018.

Tip:
Het kan ook lonen om grote investeringen te spreiden over meerdere jaren. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek neemt namelijk af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt. Zo levert een investering van € 100.000 in 2017 € 15.734 aan kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op.

Spreidt u de investering echter over 2017 en 2018 en investeert u dan ieder jaar € 50.000, dan levert dit € 28.000 aan kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op.

Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook uitgesloten zijn bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.

Betaal een nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel

Heeft u geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel nog niet in gebruik genomen en ook nog niet betaald, betaal dit jaar dan nog minstens een bedrag even groot als het bedrag van de investeringsaftrek.

Doet u dit niet, dan krijgt u dit jaar de investeringsaftrek niet uitbetaald en wordt deze doorgeschoven naar volgende jaren. Bij een nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel krijgt u dit jaar dus maximaal het bedrag dat u betaald heeft aan investeringsaftrek.

Tip:
Heeft u onvoldoende financiële middelen, dan kan een lening ook uitkomst bieden. U kunt uw belastingteruggave desnoods afstaan of verpanden aan uw bank. Sluit u de lening af bij de leverancier van het bedrijfsmiddel, dan is afstaan of verpanden niet toegestaan. Een lening bij de leverancier wordt tussen onafhankelijke derden niet als schijnhandeling aangemerkt. Ook niet als deze renteloos is.

Let op!
Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen 12 maanden na aankoop van het bedrijfsmiddel. Doet u dit niet, dan komt de hele investeringsaftrek te vervallen.

Maximeer investeringsaftrek bij gebruik herinvesteringsreserve

Als u een bedrijfsmiddel met boekwinst verkoopt, kunt u de boekwinst reserveren als herinvesteringsreserve. Bij latere aankoop van een ander bedrijfsmiddel, kunt u de herinvesteringsreserve hierop afboeken. Zodoende hoeft u de boekwinst niet ineens af te rekenen.

Tip:
Voor de bepaling van de investeringsaftrek is echter geregeld dat u mag kiezen of u met een afgeboekte herinvesteringsreserve rekening wilt te houden. U mag dit zelfs per bedrijfsmiddel aangeven. Op deze manier kunt u er binnen zekere grenzen een maximale investeringsaftrek uit halen.

Let op!
Als u voor een bedrijfsmiddel ook de milieu- of energie-investeringsaftrek (MIA/EIA) krijgt, moet u voor deze aftrekken wel uitgaan van hetzelfde bedrag. Een hogere investeringsaftrek door afboeking van de herinvesteringsreserve kan dan dus een lagere MIA of EIA opleveren.