Grote wijzigingen inkomstenbelasting

Er zijn grote veranderingen op komst in de inkomstenbelasting. Allereerst worden de tarieven van de inkomstenbelasting in box 1 bij inkomens vanaf € 20.142 verlaagd per 1 januari 2019. Tevens verdwijnen er in 2021 twee belastingschijven, waardoor er nog slechts twee overblijven.

Henry Fraterman
Henry Fraterman

Op weg naar 'vlaktaks'

Met de tariefsaanpassing gaat het kabinet op weg naar een vlaktaks, ofwel een belasting met een zelfde tarief voor iedereen. Zover is het echter nog niet. Wel zijn er vanaf 2021 nog slechts twee tarieven, 37,05% en 49,5%.

Tariefsaanpassing in 2019

De aanpassing van de tarieven start in 2019. Het tarief van de eerste schijf, tot een inkomen van € 20.142, gaat met 0,1%-punt omhoog van 36,55% naar 36,65%. Het tarief van de tweede en derde schijf, voor het deel van het inkomen tussen €20.142 en  € 68.507, dalen fors: van 40,85% naar 38,1%. Over het deel van het inkomen boven € 68.507 betaalt men nu 51,95%. Dit wordt volgend jaar 51,75%.

Wat scheelt dat nu netto?

Iemand met een inkomen van bijvoorbeeld € 35.000 gaat door de tariefwijziging volgend jaar € 380 minder belasting betalen. Hogere inkomens profiteren nog meer. Bij een inkomen van bijvoorbeeld  € 65.000 hoort een voordeel van € 1.215. Inkomens tot zo'n € 20.000 betalen echter maximaal twee tientjes meer belasting.

Twee schijven vanaf 2021

Vanaf 2021 hebben we in box 1 nog maar twee belastingschijven. Tot een inkomen van zo'n € 68.500 geldt dan een tarief van 37,05%. Over het meerder geldt een tarief van 49,5%.

      Belasting % in box 1
      Inkomen max € 20.142     Inkomen max € 34.404     Inkomen max € 68.507     Inkomen > € 68.507
2018     36,55      40,85     40,85      51,95 
2019     36,65      38,10      38,10      51,75 
2021     37,05     49,50

 

Let op!

De omzetting naar 2 belastingschijven in box 1 geldt voor degenen die nog geen recht hebben op AOW. Voor AOW-gerechtigden gelden andere tarieven. Voor hen zullen drie schijven blijven bestaan.

Toptarief eerder bereikt

De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd, onder andere vanwege de inflatie. Dit geldt echter tot 2024 niet voor het beginpunt van het toptarief. Dit wordt bevroren op het huidige niveau van € 68.507.

Belastingplichtigen bereiken daardoor sneller het toptarief. De verwachting is dat zo'n 7% van alle belastingplichtigen daardoor nog het toptarief betaalt. Zonder de bevriezing zou dit slechts 5,5% zijn geweest.