Brexit: wat zijn de gevolgen per 1 januari 2021?

Het Verenigd Koninkrijk heeft de EU verlaten. Onderhandelaars van de Europese Unie en het VK zijn in december 2020 een handels- en samenwerkingsovereenkomst aangegaan die per 1 januari 2021 in werking is getreden. Dat het VK geen deel meer uitmaakt van de EU heeft gevolgen voor onder meer het zakendoen als de in- en uitvoer van goederen. 

Gevolgen omzetbelasting

Aangezien het VK uit de Europese Unie is getreden, is er sprake van import en export waarbij het 0%-tarief van toepassing is. Het vervoer van goederen vormt een dienst voor de heffing van de omzetbelasting. Bij het vervoer van goederen in opdracht van een ondernemer staan twee vragen centraal: 

1.   Waar moet de vervoersdienst verricht worden voor de heffing van omzetbelasting?

Goederenvervoer voor een ondernemer vindt, voor de heffing van omzetbelasting, plaats daar waar de afnemer (opdrachtgever) is gevestigd.

Het vervoer dat de transporteur in opdracht van een Nederlandse opdrachtgever verricht, vindt dus - voor de heffing van omzetbelasting - in Nederland plaats. Dit betekent echter niet dat al het vervoer belast is met Nederlandse btw.

2.   Wat is het btw-tarief?

In beginsel zijn de vervoersdiensten die een (Nederlandse) transporteur voor een Nederlandse opdrachtgever verricht belast met Nederlandse btw. Hierop bestaan twee uitzonderingen:

  • Het vervoer van goederen die niet zijn ingevoerd tot de plaats van bestemming in de EU. 
  • Het vervoer van goederen die worden uitgevoerd. 

Bij deze uitzonderingen is het 0%-tarief van toepassing. Het 0%-tarief geldt dus voor het vervoer van goederen die naar het VK worden uitgevoerd óf vanuit het VK worden ingevoerd.

Het 0%-tarief geldt ook voor het zogenaamde 'kop-staart vervoer', ofwel het vervoer voorafgaand of aansluitend op het vervoer voor import en export. 

Let op! Voorwaarde voor toepassing van het 0%-tarief is dat de vervoerder, aan de hand van douanedocumenten, de import en export van de goederen kan aantonen.

Gevolgen invoer en uitvoer

Als gevolg van de Brexit krijgen bedrijven die onderhandelen met het VK te maken met tal van regels met betrekking tot onder andere:

  • Voorschriften van invoer en uitvoer van goederen
  • Douaneaangiftes
  • Productaansprakelijkheid
  • Oorsprong- en kwaliteitseisen

Transporteurs die rijden van en naar het VK krijgen te maken met meer procedures en mogelijk langere wachttijden. Voor EU-vervoerders geldt dat maximaal twee cabotageritten zijn toegestaan.

Kortom: iedereen in de keten krijgt te maken met douaneformaliteiten en nieuwe import- en exportregels van de Nederlandse én de Britse Douane.

CEMT-vergunning

In beginsel is voor het vervoer naar landen buiten de Europese Unie een CEMT-vergunning (of ritmachtigingen) benodigd. In de Brexit-deal is echter opgenomen dat een in Nederland gevestigde onderneming - óók na 1 januari 2021 - onder dekking van de Eurovergunning van, naar en door het VK kan rijden.

Documenten

Transporteurs moet zorgen dat de documenten en vergunningen op orde zijn om te voorkomen dat de toegang tot het VK wordt geweigerd. Als u vervoert via ferry- of short sea terminals, dan is voormelden van douanedocumenten (via portbase) verplicht.

Het voormelden kan de importeur/exporteur, de expediteur, de douane agent of de vervoerder zelf doen. In het algemeen geldt: geen documenten, geen vervoer.

Bereid u goed voor

Rijden van, naar of in de VK vergt een gedegen voorbereiding. Zowel vanuit Nederland als vanuit het Britse perspectief zijn checklisten aanwezig. De procedures en documenten zijn afhankelijk van het soort vervoer; voor veterinaire goederen gelden bijvoorbeeld andere procedures dan voor stukgoed. 

Heeft u nog vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op.