Geen transitievergoeding bij lager salaris na herplaatsing

In 2018 heeft de Hoge Raad in de zogenoemde Kolom-beschikking een belangrijke uitspraak gedaan over het betalen van een gedeeltelijke transitievergoeding.

De Hoge Raad oordeelde dat wanneer een arbeidsplaats gedeeltelijk vervalt wegens bedrijfseconomische redenen of blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid de werknemer recht heeft op een transitievergoeding over de vervallen arbeidsuren. De vermindering van de arbeidsduur moet daarvoor echter wel substantieel (minstens 20%) en structureel zijn.

Transitievergoeding na herplaatsing

Naar aanleiding hiervan ontstond de vraag of een werknemer ook een gedeeltelijke transitievergoeding hoort te krijgen als hij na herplaatsing in een andere passende functie minder gaat verdienen door een lager salaris. Ook deze vraag heeft de Hoge Raad inmiddels beantwoord.

Een vermindering van salaris, die het gevolg is van herplaatsing, geeft geen recht op een transitievergoeding.

Voor het recht op een transitievergoeding is volgende de Hoge Raad vereist dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Bij herplaatsing zonder urenverlies is daar geen sprake van.

Herplaatsing in een andere passende functie (zonder urenverlies) is immers juist een manier om ontslag te voorkomen!

Niet te vergelijken

Herplaatsing in een andere lager betaalde passende functie is daarom niet op één lijn te stellen met een gedeeltelijke beëindiging van een arbeidsovereenkomst.

De wettelijke regeling van de transitievergoeding is niet bedoeld om een vergoeding aan de werknemer toe te kennen voor verlies van inkomen om andere redenen dan een (gedeeltelijke) beëindiging van het dienstverband.

Een vermindering van salaris die het gevolg is van herplaatsing geeft daarom geen recht op een transitievergoeding.

Inkomensachteruitgang van 20%

Ter verduidelijking oordeelt de Hoge Raad nog het volgende. Er bestaat evenmin aanspraak op een (gedeeltelijke) transitievergoeding wanneer een werknemer een inkomensachteruitgang van minstens 20% heeft die het gevolg is van:  

  • een structurele vermindering van de arbeidsduur met minder dan 20%,
  • én herplaatsing in een functie met een lager salaris.

In bovenstaand geval wordt namelijk nog steeds niet voldaan aan de eis van een substantiële vermindering van de arbeidsduur, zoals bedoeld in de Kolom-beschikking.

Heeft u vragen over onderwerp? Neem gerust contact met ons op.