Fosfaatreductieplan: uitspraak, vrijstelling met lichte toets

Naar aanleiding van de uitspraken inzake het fosfaatreductieplan van 4 mei 2017, heeft een grote groep melkveehouders (gezamenlijk) een kort geding aangespannen. Op 9 augustus zijn hierop een drietal uitspraken gedaan.

Robert Reuver
Robert Reuver

Uitspraken

De rechter is in de bovengenoemde uitspraken niet afgeweken van de beslissingen van 4 mei 2017. De betreffende melkveehouders zijn, kort gezegd, volgens de rechter ook vrijgesteld van het fosfaatreductieplan mits de bedrijven aan dezelfde criteria voldoen, namelijk:
•    Voor 2 juli 2015 aanzienlijke onomkeerbare investeringsverplichtingen aangegaan.
•    Deze investeringen op 2 juli 2015 nog niet benut.
•    De groei in overeenstemming is met de toen geldende wet- en regelgeving (grondgebondenheid, mestverwerking).

De betreffende bedrijven zullen alleen vrijgesteld zijn van het fosfaatreductieplan, indien is aangetoond dat zij aan dezelfde criteria voldoen als de betrokken bedrijven bij de eerdere uitspraken.

‘Lichte toets’ noodzakelijk

RVO heeft naar aanleiding van de uitspraken van 4 mei 2017 een zogenaamde ‘lichte toets’ ontwikkeld om te beoordelen of een melkveebedrijf gelijkgesteld kan worden aan de bedrijven die op grond van de uitspraken van 4 mei voldeden. Na een positieve beoordeling blijft de heffing in stand, maar wordt uitstel van betaling verleend in afwachting op het hoger beroep.

Lichte toets binnen twee weken uitgevoerd 

De rechter heeft nu geoordeeld dat het ministerie van EZ deze ‘lichte toets’ op aanvraag, binnen twee weken, moet uitvoeren. Indien uit de toets blijkt dat een melkveebedrijf voldoet aan de criteria, dan wordt het bedrijf vrijgesteld van het fosfaatreductieplan en mag geen heffing worden opgelegd.

Deze ‘lichte toets’ vervangt op deze manier feitelijk een knelgevallenregeling die, naar het oordeel van de rechter, in de fosfaatreductieregeling opgenomen had moeten worden.

Hoger beroep: alsnog heffing?

Op 18 september dient het hoger beroep naar aanleiding van de uitspraken van 4 mei. De uitspraak hiervan wordt in oktober verwacht. Dan zal blijken of de genoemde uitspraken in stand blijven. 

Indien in het hoger beroep de eerdere uitspraken worden teruggedraaid dan is het fosfaatreductieplan (met terugwerkende kracht) alsnog van toepassing. Staatssecretaris Van Dam heeft eerder in een kamerbrief aangegeven dat de heffingen dan alsnog worden opgelegd. Bedrijven dienen serieus rekening te houden met dit risico.

Criteria niet duidelijk

Er is niet duidelijk aangegeven welke criteria worden gebruikt voor de ‘lichte toets’. Zo is niet duidelijk wat exact wordt verstaan onder ‘financiële verplichtingen’. Ook is niet helder hoe aangetoond moet worden of wordt voldaan aan de eisen t.a.v. grondgebondenheid en de mestverwerkingsplicht.

Houdt dit bijvoorbeeld in, dat op 2 juli 2015 al voldoende grond voor de voorgenomen groei in gebruik moest zijn of, meer logisch, is het voldoende dat aangetoond wordt dat in het jaar 2017 aan de eisen wordt voldaan?

RVO heeft mondeling aangegeven, dat binnenkort hierover meer informatie wordt verstrekt.

Verzoek indienen

Ook bedrijven die niet in de procedures meededen, kunnen overwegen om bij het ministerie van EZ een verzoek te doen voor een ‘lichte toets’. Het voordeel van een positieve beslissing is, dat betreffende bedrijven vooralsnog geen (solidariteits)heffingen opgelegd krijgen.

Wel blijft het onzeker of de heffingen na uitspraak in het hoger beroep alsnog worden opgelegd. Dit risico zal meegewogen moeten worden in het uiteindelijk aantal te houden dieren de komende maanden.

Verzoek per brief

RVO heeft aangeven dat een verzoek om een ‘lichte toets’ per brief kenbaar gemaakt moet worden en vooralsnog verzonden moet worden aan:

Ministerie van Economische Zaken
T.a.v. de Staatssecretaris
Postbus 20401 
2500 EK Den Haag

Van belang is om zoveel mogelijk relevantie informatie mee te sturen. Te denken valt o.a. aan (financierings)overeenkomsten, aktes en vergunningen en bewijs van grondgebondenheid. RVO heeft mondeling aangegeven dat eventuele benodigde aanvullende informatie opgevraagd zal worden.

Bezwaar blijft noodzakelijk

Voor bedrijven die het niet eens zijn met de opgelegde heffingen, blijft het noodzakelijk om in bezwaar/beroep te gaan. Dit geldt ook als voor eerdere heffingen al een bezwaar/beroep is ingediend. Alleen op deze manier kan gebruik gemaakt worden van toekomstige uitspraken (in hoger beroep).