Fosfaatreductieplan: jongveegetal, korting 12%, alleen 2e maand telt

Staatssecretaris Van Dam heeft onlangs middels een Kamerbrief een aantal wijzigingen van de ‘Regeling fosfaatreductieplan 2017’ aangekondigd. Inmiddels is de wijziging van de regeling gepubliceerd. De wijzigingen gaan in per 1 juni 2017.

Horst in 't Veld
Horst in 't Veld

Jongveegetal niet voor iedereen

Met ingang van periode 2 van het fosfaatreductieplan is het jongveegetal geïntroduceerd, om te voorkomen dat jongvee wordt ‘geparkeerd’ bij niet-melkproducerende bedrijven. Met dit jongveegetal is het niet mogelijk om de fosfaatreductie te realiseren met alleen de afvoer van jongvee. Het jongveegetal heeft op nogal wat bedrijven behoorlijke (onbedoelde) effecten. Om deze reden is besloten, dat het jongveegetal niet voor ieder melkveebedrijf van toepassing is.

Wel van toepassing

Het jongveegetal blijft wel van toepassing op bedrijven die jongvee ouder dan 35 dagen afvoeren naar een bedrijf met een Nederlands UBN-nummer. Wanneer dit het geval is dan moet het bedrijf rekenen met het jongveegetal.

Uitscharen is ook afvoer

Het uitscharen van runderen wordt ook als afvoer gezien. Voor bedrijven die jongvee uitscharen, blijft het jong-veegetal dus van toepassing. Deze bedrijven kunnen eventueel wel gebruikmaken van een gecorrigeerd jong-veegetal. Dit zal echter niet in alle gevallen een volledige oplossing bieden.

Niet van toepassing

Voor bedrijven die geen jongvee ouder dan 35 dagen afvoeren of deze dieren alleen afvoeren voor export, slacht of na sterfte geldt het jongveegetal niet. Deze bedrijven hoeven dus niet met dit getal te rekenen. Kalveren tot en met een leeftijd van 35 dagen mogen wel worden afgevoerd naar een Nederlands bedrijf.

Afvoer vanaf 1 juni leidend

Voor het bepalen of het jongveegetal van toepassing is, wordt in periode 2 gekeken naar de afvoer vanaf 1 juni en in periode 3, 4 en 5 naar de afvoer van de betreffende periode. Indien in periode 2 op of na 1 juni of in periode 3, 4 en 5 in betreffende periode jongvee wordt afgevoerd naar een ander Nederlands bedrijf dan is het jongveegetal in de periode met deze afvoer én de opvolgende periode(n) van toepassing.

Voorbeeld 1

Een melkveebedrijf voert in juni kalveren ouder dan 35 dagen naar een ander bedrijf in Nederland. In periode 3 t/m 5 worden alleen kalveren met een leeftijd van maximaal 35 dagen afgevoerd.

Dit melkveebedrijf moet over periode 2 t/m 5 rekening houden met het jongveegetal. 

Voorbeeld 2

Een melkveebedrijf voert in juni en juli alleen kalveren af met een leeftijd van maximaal 35 dagen. In augustus voert het melkveebedrijf een paar kalveren/pinken ouder dan 35 dagen af naar een ander bedrijf in Nederland.

Dit melkveebedrijf hoeft over periode 2 niet te rekenen met het jongveegetal. Voor periode 3 t/m 5 moet het bedrijf wel rekening houden met het jongveegetal. Ook als het bedrijf in periode 4 en 5 geen jongvee ouder dan 35 dagen afvoert naar een ander Nederlands bedrijf.

Verminderingspercentage

Gezien de goede voortgang van de fosfaatreductie heeft Van Dam besloten het verminderingspercentage voor periode 3 vast te stellen op 12% (in plaats van het maximum van 20%). In de Kamerbrief spreekt Van Dam ‘de ambitie uit om dit percentage ook te hanteren in de vierde periode en vijfde periode'.

Alleen tweede maand voor alle perioden

Voor de perioden 1 en 2 is alleen de tweede maand van de periode van belang of een heffing wordt opgelegd of een eventuele bonus wordt uitgekeerd. Met de wijziging van de regeling is dit ook van toepassing voor de perioden 3 tot en met 5. Dit betekent dat alleen de gemiddelde aantallen dieren in de maanden april, juni, augustus, oktober en december leidend zijn. Over de andere maanden wordt geen heffing opgelegd of bonus uitgekeerd.

Bedragen verdubbeld

Omdat alleen de tweede maand van een periode nog van toepassing is, worden de bedragen per GVE, evenals in periode 1 en 2 verdubbeld.

De hoge heffing is nu voor alle perioden € 480 per teveel gehouden GVE. De solidariteitsheffing is nu voor alle perioden vastgesteld op € 112 per teveel gehouden GVE.

Het bonusbedrag voor periode 3 is vastgesteld op maximaal € 120 per GVE. Deze is gelijk aan de bonusbedra-gen voor de perioden 1 en 2. Voor de perioden 4 en 5 is de bonus maximaal € 300 per GVE.