Einde btw-landbouwregeling in zicht

In 2016 heeft het kabinet bij de Miljoenennota bekendgemaakt dat zij van plan is om per 1 januari 2018 de btw-landbouwregeling af te schaffen. Inmiddels is er een wetsvoorstel hierover gepubliceerd. Dit voorstel maakt deel uit van het Belastingplan 2018.

Hermi Weijers
Hermi Weijers

Wat betekent dit?

Afschaffing van de btw-landbouwregeling betekent dat landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers verplicht in de btw-heffing betrokken worden. Het gevolg hiervan is dat landbouwers, net als andere ondernemers, btw verschuldigd zijn over hun prestaties en recht op aftrek van voorbelasting hebben.

Vervallen van het 6%-tarief

Voor deze goederen en diensten die (nagenoeg) uitsluitend aan landbouwers worden geleverd, vervalt met ingang van 1 januari 2018 het 6% tarief:

  • Broedeieren voor pluimvee;
  • Gas en minerale olie voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten;
  • Diensten verricht aan landbouwers door: 
    - agrarische loonbedrijven;
    - fokinstellingen;
    - instellingen voor keuring en onderzoek;
    - instellingen voor kunstmatige inseminatie en embryotransplantatie;
    - boekhoud- en belastingadviesbureaus.
  • Het bewaren, drogen, koelen, ontsmetten, schonen, sorteren en verpakken van goederen die landbouwers in hun vermelde hoedanigheid hebben voortgebracht of geteeld;
  • Het vervoer van die goederen naar veilingen en het vervoer van gas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten.

Overgangsrecht

De landbouwer die tot 1 januari 2018 onder de btw-landbouwregeling valt, krijgt btw in rekening gebracht bij de aanschaf van goederen en diensten. Hij kan deze btw niet in aftrek brengen.

Vanaf 1 januari 2018 valt deze landbouwer onder de toepassing van de algemene btw-regels.

De niet-afgetrokken btw van de investeringsgoederen die vóór 1 januari 2018 in gebruikgenomen zijn, kan voor de resterende herzieningsperiode op grond van het voorgestelde overgangsrecht in het eerste tijdvak van 2018 in één keer in aftrek worden gebracht.

De landbouwer die tot 1 januari 2018 onder de btw-landbouwregeling valt en vóór dit moment goederen en diensten heeft aangeschaft die hij nog niet in gebruikgenomen heeft, kan de in rekening gebrachte btw van de aanschaf van deze goederen en diensten in het eerste tijdvak van 2018 in aftrek brengen.

Dus:

In de btw aangifte over het eerste tijdvak van 2018 moet de volgende btw in aftrek worden gebracht:

  • De btw met betrekking tot investeringsgoederen die vóór januari 2018 in gebruikgenomen zijn;
  • De btw met betrekking tot goederen en diensten die zijn aangeschaft vóór januari 2018, maar nog niet in gebruikgenomen zijn.

Tip: Wilt u meer informatie over de regeling of wilt u weten wat de gevolgen voor u zijn? Neem dan contact met ons op.