Het principe pensioenakkoord op hoofdlijnen

De afgelopen jaren is er veel discussie geweest over het almaar verhogen van de AOW- en pensioenleeftijd. De vakbonden ontregelden zelfs heel Nederland, hielden zelfs geen rekening met scholieren die op tijd bij het examen moesten zijn, om hier verandering in te brengen.

Het kabinet en sociale partners hebben een principeakkoord bereikt dat onder andere gaat om het minder snel laten stijgen van de AOW-gerechtigde leeftijd en het bestendig houden van ons pensioensysteem.

In deze blog laat ik graag enkele voorbeelden zien uit het pensioenakkoord. Al zal per onderdeel een en ander nog verder uitgewerkt moeten worden, voordat we de definitieve voor- en nadelen weten.

Ron Mulder
Ron Mulder

7 belangrijke wijzigingen pensioenakkoord

Wat zijn nu op hoofdlijnen de wijzigingen die dit pensioenakkoord met zich meebrengen?

1. Minder snelle stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd en de pensioenrichtleeftijd. 

De AOW-gerechtigde leeftijd blijft tot 2023 vaststaan op 66 jaar en 4 maanden. Daarna zal de leeftijd verder stijgen, tot uiteindelijk in 2024 de leeftijd van 67 jaar is bereikt.

Jaar Eerdere wetgeving Door principeakkoord
2020 66 jaar en 8 maanden 66 jaar en 4 maanden
2021 67 jaar 66 jaar en 4 maanden
2022 67 jaar en 3 maanden 66 jaar en 7 maanden
2023 Gekoppeld aan levensverwachting 66 jaar en 10 maanden
2024 Gekoppeld aan levensverwachting 67 jaar
2025 Gekoppeld aan levensverwachting Gekoppeld aan levensverwachting

 

Na 2024 zal de leeftijd minder hard stijgen. Nu stijgt de AOW-gerechtigde leeftijd met een jaar zodra de levensverwachting met een jaar stijgt. Dat wijzigt straks naar het volgende: stijgt de levensverwachting met 1 jaar, dan stijgt de AOW-gerechtigde leeftijd met 8 maanden.

De minder snelle stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd heeft tot gevolg dat ook de pensioenrichtleeftijd minder snel zal stijgen in de toekomst.

Let op: bijna alle pensioenregelingen kennen momenteel een pensioenleeftijd van 68 jaar.

2. Vroegpensioen zonder boete bij zwaar werk

Vanaf 2021 zal de boete (RVU heffing 52% (Regeling voor Vervroegd Uittreden)) op vroegpensioen gedurende vijf jaar worden versoepeld ten gunste van de 60-plusser.

Indien een werknemer niet meer verdient dan € 19.000 bruto per jaar, kan de werkgever gedurende drie jaar aan deze werknemer € 19.000 bruto per jaar uitkeren zonder dat hierover een boete is verschuldigd. Hierdoor zou het mogelijk moeten zijn om eerder te kunnen stoppen met werken.

3. Verdwijnen van de doorsneepremie

Bij een pensioenfonds is het zo dat jongere en oudere werknemers een gelijk percentage premie betalen van de pensioengrondslag. In feite betaalt de jongere dus een deel van de premie van de oudere werknemer. Dit komt voort uit de solidariteitsgedachte. Met het pensioenakkoord verdwijnt deze ‘doorsneepremie’ dus. Hoe dit er in de toekomst uitziet, is nog niet bekend.

4. Dekkingsgraad pensioenfondsen

Pensioenfondsen hoeven voortaan minder grote buffers aan te houden. Tot het pensioenakkoord was het zo dat pensioenfondsen die vijf jaar achter elkaar een dekkingsgraad hebben van minder dan 104,3%, de pensioenen van de deelnemers zodanig moeten korten dat de dekkingsgraad weer op niveau, dus 104,3% is.

Door het pensioenakkoord zullen kortingen nog wel voorkomen, maar deze zullen minder grote gevolgen hebben voor de deelnemers.

5. Wijzigingen voor Zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers)

Met ingang van het pensioenakkoord zijn ZZP’ers verplicht een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. In welke vorm is nog onduidelijk. Daarnaast moet het makkelijker worden om pensioen op te kunnen bouwen bij een pensioenfonds.

6. Eénmalige uitkering ineens op pensioendatum

De deelnemer kan straks, vanaf het pensioenakkoord, maximaal 10% van de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen in eens tot uitkering laten komen.

7. Betere voorlichting nabestaanden- en ouderdomspensioen

Er moet betere voorlichting komen als het gaat om het nabestaanden- en ouderdomspensioen. Hoe, wie en wat is nog niet bekend.

Kortom: ik vind dat er nog (te) veel onduidelijkheid is en er zal nog veel werk verricht moeten worden om alles in te regelen voor ingang vanaf 2022. Hoe denkt u over het pensioenakkoord? En waar wilt u het liefst snel duidelijkheid over? Laat het weten in een reactie, ik ben benieuwd.

2 reacties
Tim Burggraaf

De onder 2 genoemde RVU heffingskorting is niet alleen voor zware beroepen. Dat schrijft de Minister nergens. Discussie is immers wat een zwaar beroep dan is. Wat betreft punt 3, de Minister heeft wel degelijk duidelijkheid gegeven over de toekomst. Iedereen krijgt een leeftijdsonafhankelijke premie op grond van een premieovereenkomst in lijn met uitspraken Europees Hof), waarbij de hoogte van de premie wordt vaststeld door werkgever en werknemer. Eindloon en middelloon zijn volgens de minister niet meer mogelijk.

Tim bedankt voor je reactie. Onder punt 2 heb ik slechts de link gelegd tussen RVU en zwaar beroep gelet op alle aandacht in de social media.
Punt 3 daarmee bedoel ik dat het maar de vraag is hoe een en ander per werkgever/werknemer verder ingeregeld zal gaan worden.

Plaats nieuwe reactie

Reageer op:

Annuleren