De Belastingdienst; makkelijker kunnen ze het ook niet maken

Van auto van de zaak naar bedrijfsauto

De Belastingdienst is - denk ik - een van de meest 'dankbare' organisaties waar je over kan bloggen. Bij veel mensen leeft namelijk het gevoel dat alles wat mis kan gaan, daar ook echt mis gaat.

Toeslagen ten onrechte verstrekken aan Bulgaren die ze vervolgens niet meer kunnen terughalen óf een wet DBA invoeren, die cruciaal is voor zelfstandigen, waarvan de naleving steeds wordt uitgesteld. Met alle onzekerheid en onduidelijkheid van dien.

Henk Hansma
Henk Hansma

En dan de afvloeiingsregeling

Vanuit mijn eigen vakgebied vind ik de afvloeiingsregeling, die de Belastingdienst vorig jaar kende, nog steeds onbegrijpelijk. Hoe heeft iemand in vredesnaam een regeling kunnen goedkeuren die ervoor zorgt dat ook werknemers die bijna met pensioen konden óf van wie de plek helemaal niet kwam te vervallen, toch met een prachtige regeling uit dienst kunnen treden?

Hoe heeft iemand dat in vredesnaam kunnen goedkeuren

En dan heb ik het nog niet eens over de strafheffing van 52% die de Belastingdienst zelf over de afkoopsom van veel oudere werknemers moest betalen (aan de eigen organisatie dus), omdat er van een verkapte pensioenregeling sprake was.

Dit was het gevolg van een regeling die de Belastingdienst zelf invoerde om te voorkomen dat werkgevers te snel afscheid zouden nemen van oudere werknemers.

Volgens mij zijn hier miljoenen 'weggegooid'. Als 'gewone' werknemer twijfel je er dan al snel aan of ons belastinggeld wel goed besteed wordt.

Een perfect mopperonderwerp bij de borrel. Tja, waar mensen werken, worden fouten gemaakt, dus ook bij de Belastingdienst. Maar goed voor het beeld van de organisatie is dit natuurlijk niet.

Auto van de zaak inleveren

Wat eigenlijk net zo kwalijk is als de eerder genoemde onderwerpen, is dat er bij de Belastingdienst regelingen bestaan die gewoon goede en correcte afspraken tussen een werkgever en een werknemer onmogelijk maken. Ik liep laatst tegen zo'n situatie aan. Het ging over een auto van de zaak (toch al een zeer lastig fiscaal onderwerp).

Een werknemer (vertegenwoordiger) van een van onze klanten had een auto van de zaak met een fiscale bijtelling voor het eigen gebruik (privégebruik) van de auto. Het functioneren als vertegenwoordiger liep niet helemaal lekker, dus maakten werkgever en werknemer de afspraak dat de werknemer met ingang van 1 juni zou stoppen als vertegenwoordiger en als monteur aan de slag zou gaan.

De werknemer zou de auto niet meer privé gebruiken, maar gelijk vanuit huis aan de slag gaan.

Over een aanpassing van het salaris waren ze het ook al eens geworden. De werknemer zou de auto van de zaak inleveren en hier een bedrijfsauto voor terug krijgen. Deze auto had uiteraard geen privégebruik meer. Maar door de woonplaats van de werknemer kon de auto niet elke dag terug naar de locatie van werkgever.

Ze spraken af dat de werknemer de auto dus niet meer zou gebruiken voor privédoeleinden, maar dat hij gewoon vanuit huis gelijk aan de slag ging. Prima geregeld op arbeidsrechtelijk gebied, leek mij zo.

Maar dan komen de regels vanuit de Belastingdienst om de hoek …

Dat viel ook onder de 500 kilometer privégebruik

De werknemer neemt de auto dus mee naar huis. Hij kan dan alleen onder een bijtelling uitkomen, als hij een verklaring van geen privégebruik heeft. Daarvoor moet je minder dan 500 kilometer per kalenderjaar privé rijden en over een sluitende kilometeradministratie beschikken. 

Vanaf 1 juni zou dit geen probleem zijn, maar … de periode van 1 januari tot en met 31 mei, waarin hij nog wel privégebruik had, telt mee voor deze 500 kilometer. Want het gaat over dit kalenderjaar.

Daar ging hij dus alleen in deze periode al ruim overheen. Hij zou daardoor sowieso voor de rest van het kalenderjaar toch nog een bijtelling hebben, zelfs al wijzigen dus zijn functie en het doel waarvoor bij de auto heeft.

Ondanks dat ze het eens waren, kon de werknemer niet, tegen acceptabele voorwaarden, aan de slag in een andere functie.

Daarbij loopt de bijtelling nog hoger op, want de servicebus die hij gaat gebruiken is duurder dan zijn auto. 

Gevolg: ondanks dat beide partijen het volledig eens waren over de gemaakte afspraken, kon de werknemer door deze fiscale regelgeving niet tegen acceptabele voorwaarden aan de slag in de andere functie.

Wachten op volgend jaar

Gelukkig was de verhouding tussen beiden prima. Ze besloten in goed overleg om de aanpassing van de functie dan maar per 1 januari van het volgende jaar door te voeren. Dan kan er een (nieuwe) verklaring van geen privégebruik worden aangevraagd en speelt de bijtelling geen rol meer.

Maar, stel je eens voor dat bij een gedwongen reorganisatie een werknemer herplaatst kan en zelfs moet worden. Deze herplaatsing is verplicht, maar kost hetzij de werkgever hetzij de werknemer alleen maar geld. Dat kan volgens mij in ieder geval nooit de bedoeling zijn.

Het zou goed zijn om zulke regelingen te herzien en aan de praktijk aan te passen, om daarmee in ieder geval het arbeidsrecht niet in de weg te zitten. 

Ik denk wel dat ik aan de hand van dit voorbeeld de titel van mijn blog voldoende heb toegelicht : De Belastingdienst … makkelijker kunnen ze het ook niet maken.

Geen reacties
Plaats nieuwe reactie

Reageer op:

Annuleren