Datum: maandag 9 mei 2011
Verscherpte controle op rechtspersonen per 1 juli
Het preventieve toezicht op rechtspersonen, dat gebaseerd is op de verklaring van geen bezwaar, zal worden vervangen door een nieuw systeem van doorlopende controle van rechtspersonen. Het nieuwe systeem treedt op 1 juli 2011 in werking.
Dit blijkt uit de Wet tot wijziging van onder meer Boek 2
Burgerlijk Wetboek en de Wet documentatie vennootschappen
(kamerstuk 31948). De wet wil het voorkomen en bestrijden van
misbruik van rechtspersonen verbeteren. Dit betekent dat per 1 juli
2011 geen verklaring van geen bezwaar meer nodig is voor de
oprichting of statutenwijziging van een bv of nv.
Misbruik van rechtspersonen
Onder misbruik van rechtspersonen moet volgens de wet worden
verstaan het gebruik van een rechtspersoon voor ongeoorloofde
doeleinden. Hieronder worden in ieder geval misdrijven en
overtredingen van financieel-economische aard door of door middel
van een rechtspersoon begrepen, waaronder het gebruik van een
rechtspersoon met het oog op het benadelen van zijn schuldeisers en
financiering van terroristische organisaties en
witwaspraktijken.
Verscherpte controle
Aan de hand van op te stellen risicoprofielen van rechtspersonen
zal een verscherpte controle kunnen worden uitgeoefend wanneer er
op basis van de beschikbare gegevens een verhoogd risico bestaat
dat misbruik wordt gemaakt van of door rechtspersonen.
Een risicomelding kan behulpzaam zijn bij het instellen van een
nader onderzoek door handhavers (Openbaar Ministerie,
Belastingdienst, De Nederlandsche Bank, Autoriteit Financiële
Markten, en de politie, inclusief bijzondere opsporingsdiensten als
FIOD/ECD en SIOD).
Het kan zijn dat nadere opsporings- en vervolgingsactiviteiten
gewenst zijn. Dan start een strafrechtelijk onderzoek. Wanneer dat
niet het geval is kan de risicomelding worden gebruikt voor
preventieve actie. De handhavers hebben daarbij een eigen
verantwoordelijkheid.
Reikwijdte
Het nieuwe systeem van doorlopende controle wordt uitgebreid van
naamloze- en besloten vennootschappen met beperkte
aansprakelijkheid tot coöperaties, onderlinge
waarborgmaatschappijen, verenigingen met volledige
rechtsbevoegdheid, stichtingen, Europese naamloze vennootschappen,
Europese coöperatieve vennootschappen en Europese economische
samenwerkingsverbanden, die volgens hun statuten hun zetel in
Nederland hebben.
Daarnaast worden ondernemingen die toebehoren aan een
buitenlandse rechtspersoon die een hoofd- of nevenvestiging heeft
in Nederland onder de reikwijdte van de screening gebracht (Wet van
7 juli 2010, Stb. 2010, 280 jo Besluit van 21 april 2011, Stb.
2011, 194).
Bron: Plein+