Datum: maandag 17 oktober 2011
Tijdelijke contracten moeten langer duren
Werkgevers moeten de mogelijkheid krijgen om langere tijdelijke contracten aan hun werknemers te verstrekken. Dat blijkt uit een brief over het nieuwe bedrijfslevenbeleid van minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Dit moet werkgevers stimuleren om meer te investeren in de inzetbaarheid van het tijdelijke personeel.
Beter inzetbaar
Uit de bedrijfslevenbrief, waarin het toekomstige
economische beleid wordt geschetst, blijkt dat uw werkgever straks
de mogelijkheid moet krijgen om werknemers na een kort tijdelijk
contract een langlopend tijdelijk contract aan te bieden.
Dit contract mag dan zelfs voor een periode van zeven tot tien
jaar worden afgesloten. Met deze maatregel wil de minister bereiken
dat werknemers zich blijven ontwikkelen en daardoor beter inzetbaar
zijn op de arbeidsmarkt.
Zekerheid voor jongeren valt weg
FNV is het niet eens met het voorstel van Verhagen, want vooral
jongeren zijn vaak aangewezen op tijdelijke contracten. Voor veel
van deze werknemers is de zekerheid van een vast contract
belangrijk, omdat zij hierdoor bepaalde verplichtingen - zoals het
afsluiten van een hypotheek - kunnen aangaan.
Verder kunnen werknemers nu al een langer tijdelijk contract
krijgen, namelijk het eerste contract. In de cao kan uw werkgever
met de vakbonden afspraken maken die afwijken van de
ketenbepaling.
Ketenbepaling zorgt voor vast contract
De ketenbepaling in de Flexwet zorgt er nu voor dat werknemers
in principe na drie tijdelijke contracten of een periode van drie
jaar een vast contract moeten krijgen. Voor werknemers onder de 27
jaar is dit tijdelijk vier contracten of vier jaar.
Een tussenvorm is er op dit moment nog niet: een werknemer
krijgt na het eerste tijdelijke contract ofwel een tweede
kortdurend tijdelijk contract ofwel een vast contract.
Bron: OR
Rendement