Datum: maandag 4 april 2011
Rittenregistratie moet op orde zijn
De werkelijk gereden zakelijke en privékilometers van uw medewerkers moeten blijken uit de rittenregistratie. De administratie en rittenregistratie moeten daarom op orde zijn en elkaar niet tegenspreken. Uw medewerkers moeten namelijk wel aan de bewijslast voldoen om geen bijtelling te krijgen voor het privégebruik van de auto van de zaak. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank in Haarlem.
Rijden uw medewerkers in een auto van de zaak, dan hebben ze in
principe een bijtelling bij het inkomen als ze de auto ook voor
privédoeleinden gebruiken. Deze bijtelling is slechts niet van
toepassing als ze de auto van de zaak voor niet meer dan
vijfhonderd kilometers in privé gebruiken. Uw medewerkers moeten
dit echter wel aantonen door een sluitende
rittenregistratie.
De directeur grootaandeelhouder (dga) in deze zaak had ook een
auto van de zaak en hij hield samen met zijn chauffeurs en zijn
secretaresse een rittenregistratie en bijbehorende spreadsheet bij.
De inspecteur was echter niet overtuigd van deze rittenregistratie,
omdat er nog wel een paar gebreken waren en er een verschil bestond
tussen de rittenregistratie en de gemaakte spreadsheet.
Regelmatig waren er ontbrekende ritten toegevoegd en waren
kilometerstanden aangepast. Daarnaast zou bijvoorbeeld de laatste
rit op 18 april 2004 zijn, maar er volgde volgens de spreadsheet na
die datum nog vijf ritten.
Vereisten rittenregistratie
De rechtbank in Haarlem moest nu aangeven of de
rittenregistratie aan de vereisten voldeed. De rechter was het met
de inspecteur eens en vond dat de administratie van de dga geen
duidelijke weergave was van de werkelijk gereden privékilometers.
Het opleggen van een naheffingsaanslag was dus terecht. Uw
medewerkers moeten dus altijd een eenduidige rittenregistratie
voeren en er voor zorgen dat bijvoorbeeld uw agenda of een
spreadsheet niet van de rittenregistratie afwijken.
Uitspraak
Rechtbank Haarlem, 18 februari 2011, LJN:
BP7893
Bron: FA Rendement