Datum: vrijdag 17 juni 2011
Ondernemers in familiebedrijven positief gestemd over omzet
Ondernemers in familiebedrijven hebben positieve verwachtingen over de omzet van het bedrijf, terwijl men iets voorzichtiger is over de winstgevendheid en de hoogte van de investeringen. Naast zorgen over de wet- en regelgeving is vooral het vinden van geschikt personeel een belangrijk zorgpunt.
Dit blijkt uit de tweede meting van de Van Lanschot
Familiebedrijven Barometer, een peiling onder ondernemers van
familiebedrijven in Nederland over de verwachtingen rond de
conjunctuur, actuele issues en de belangrijkste zorgpunten.
Verbetering economie
Van alle ondernemers in familiebedrijven verwacht 48% een
verbetering van de economische vooruitzichten voor het eigen
bedrijf, tegen 13% die een verslechtering verwacht. Ondernemers
hebben meer vertrouwen in het eigen bedrijf dan de branche of de
economie in het algemeen, al verwachten ze ook daar verbetering van
de omstandigheden.
Ondernemers maken zich minder zorgen over prijsontwikkelingen,
debiteurenrisico's en liquiditeit dan een half jaar geleden. De
beschikbaarheid van kredieten is ook verbeterd, maar blijft een
punt van zorg. Ruim de helft van de ondernemers heeft behoefte aan
nieuw personeel; dit beeld heeft betrekking op alle sectoren.
Transparantie en regelgeving
In de Van Lanschot Familiebedrijven Barometer, waarvan deze week
de resultaten werden gepresenteerd, is gevraagd naar de
houding van ondernemers over transparantie en regelgeving voor
familiebedrijven, bijvoorbeeld de beloningen voor het bestuur, de
instelling van een Raad van Advies en de invoering van een
familiestatuut.
Een opvallend grote groep heeft een neutrale houding of geeft geen
standpunt. 30% heeft een positieve grondhouding, 15% een negatieve.
Als de vraag echter concreet wordt gemaakt - invoeren van een 'Code
Tabaksblat' voor familiebedrijven - dan wil 43% van de ondernemers
zo'n code niet.
Flexibele schil
Ruim de helft van de ondernemers heeft behoefte aan nieuw
personeel; hierbij gaat het vooral om grotere bedrijven met 100+
medewerkers. Het grootste probleem zeggen de ondernemers te ervaren
bij het vinden van geschoolde technische vakkrachten. Vier van de
tien ondernemers hebben werknemers uit het buitenland in dienst. De
argumenten daarvoor zijn:
- een betere kwaliteit,
- betere arbeidsmotivatie en
- lagere kosten.
Eigen rekening
Personeelszaken en Human Resource Management is voor eenderde
van de ondernemers een taak die zij zelf voor hun rekening nemen.
24% van de familiebedrijven heeft een aparte HR-afdeling of
fulltime HR-medewerker in dienst. Bij de bedrijven met 100+
medewerkers heeft 53% een fulltime medewerker voor personeelszaken
of een aparte HR-afdeling.
Competenties van medewerkers zijn voor de ondernemers belangrijker
dan een specifieke opleiding; 54% van de ondernemers zegt on the
job trainen het meest relevant te vinden. In de industrie en de
bouw zijn leer- en meewerkstages (61%) sterk
vertegenwoordigd.
Ontslagrecht verruimen
De meerderheid van de ondernemers (63%) is van mening dat de regels
voor het ontslagrecht verruimd moeten worden. Bij piekdruktes en
voor (tijdelijke) vervanging van medewerkers maken bedrijven
gebruik van flexibele arbeidskrachten, zoals interimmers en
uitzendkrachten. Ten minste 23% van de familiebedrijven heeft meer
dan 10% flexibele arbeidskrachten in dienst, bij de grote bedrijven
(50+ medewerkers) ligt dat percentage zelfs op 35%.
Bron: Plein+