Datum: dinsdag 26 april 2011
Mondelinge verklaring werknemer telt mee als bewijsmiddel
In 2010 besliste de Hoge Raad dat een werknemer meerdere mogelijkheden heeft om te kunnen bewijzen dat hij in een kalenderjaar maximaal 500 privékilometers met de auto van de zaak heeft gereden. Niet alleen een sluitende kilometeradministratie, maar ook andere bewijsmiddelen zijn toegestaan. Na verwijzing beslist nu ook Hof Amsterdam dat een mondelinge verklaring van een werknemer meetelt als bewijsmiddel.
In deze zaak gaat het om een werknemer die in 2004 als
teamcoördinator werkzaam is bij een autoverhuur- en leasebedrijf.
Vanaf kantoor stuurt hij de 'hikers' aan. Dit zijn de medewerkers
die de huur- en leaseauto's halen en brengen van en naar
verschillende adressen (pendelen).
Pendelritten en
privégebruik
Als coördinator beschikt de werknemer over diverse auto's van de
zaak die hij ook privé mag gebruiken. De auto's moet hij wel aan
andere medewerkers van het bedrijf ter beschikking stellen voor het
halen en brengen van huur- en leaseauto's naar verschillende
adressen (pendelritten). Van zijn eigen ritten heeft de werknemer
een administratie bijgehouden, maar niet die van de pendelritten.
Per pendelrit is alleen opgenomen wat de km-stand aan het begin en
bij het einde van de rit was.
Kilometeradministratie
voldoet niet
De kilometeradministratie van de pendelritten vermeldt echter
niet de bestemming en ook niet welke route is gereden. Volgens de
inspecteur is daardoor niet uit te sluiten dat in de pendelritten
privékilometers van de werknemer zijn inbegrepen. Bij het
vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting / premie
volksverzekeringen over 2004 neemt de inspecteur dan ook het
voordeel van de auto van de zaak in aanmerking.
Verklaring
werknemer
Voor de rechtbank Den Haag verklaart de werknemer het volgende:
"Ik heb dat jaar geen privégebruik gemaakt van de mij ter
beschikking staande auto's. In die periode was mijn financiële
situatie zo slecht dat ik mij dat niet kon veroorloven. Als ik op
het werk aankwam moest ik direct de auto afstaan aan zogenoemde
hikers. Dat waren personeelsleden die huur en leaseauto's
wegbrachten en ophaalden. (…) Ik heb iedere dag telkens de door mij
gereden kilometers woon-werkverkeer genoteerd. (…) In antwoord op
vragen van de rechtbank en in tweede termijn verklaart hij nog: (…)
Van deze zogenoemde pendelritten heb ik verder geen gegevens. Ik
heb alleen de gegevens van de ritstaten. Het kan dat met mijn auto
soms flinke pendelritten werden gemaakt."
Bewijs geleverd?
De rechtbank is van mening dat de werknemer in zijn bewijslast
is geslaagd en vernietigt dan ook de uitspraak van de inspecteur.
Hof Den Haag beslist vervolgens dat een werknemer alleen met
schriftelijke bewijsstukken het gevraagde bewijs kan leveren. Omdat
de rittenregistratie niet voldoet aan de eisen, vernietigt het hof
de uitspraak van de rechtbank.
Meerdere bewijsmiddelen mogelijk
De Hoge Raad beslist op 22 oktober 2010 dat de werknemer bewijs
kan leveren met elk bewijsmiddel. De verklaring die hij voor de
rechtbank heeft afgelegd, kan dus ook tot het bewijs bijdragen. De
Hoge Raad verwijst de zaak door naar hof Amsterdam voor een
hernieuwde waardering van het bewijs.
Geen bijtelling
Hof Amsterdam beslist nu dat de werknemer met zijn administratie
en zijn verklaring voor de rechtbank voldoende heeft laten blijken
dat hij de auto's op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer
privé heeft gebruikt. Uit zijn verklaring volgt immers dat de
auto's hem tijdens werktijd niet ter beschikking stonden, omdat er
een contractuele verplichting bestond de auto's te laten gebruiken
als pendelauto. De verklaring is niet door de inspecteur
weersproken. Bovendien kan de werknemer het door de inspecteur
verlangde bewijs voor het gebruik gedurende de pendelritten
onmogelijk leveren, omdat de auto's gedurende werktijd niet tot
zijn beschikking stonden.
Bijlagen:
Hof Amsterdam, 24 maart 2011,
10/00702
Bron: Plein+