Nieuws

Datum: maandag 4 juli 2011

Fiscaal vriendelijk lenen van de eigen bv

De directeur-grootaandeelhouder (dga) heeft een bijzondere band met zijn eigen bv. Enerzijds is hij werknemer bij zijn bv en anderzijds is hij aandeelhouder van diezelfde vennootschap. Het is dan ook deze specifieke relatie tussen de dga en zijn bv waarvoor de fiscus extra aandacht heeft. Transacties tussen beiden worden nauwgezet bekeken of ze de fiscale toets der kritiek kunnen doorstaan.

"Handelt de BV wel net zo zakelijk ten opzichte van haar aandeelhouder als ze tegenover derden zou doen?", is de vraag die de belastingdienst zich continu stelt. Ook dit was de hamvraag in een discussie die onlangs tot aan de Hoge Raad is uitgeprocedeerd.

Zakelijke rente

Wat was het geval? Een dga van een bv met veel liquide middelen had bijna € 1 miljoen geleend van zijn bv. Over dit geleende bedrag betaalde de dga aan zijn bv 2,5% rente. Dit was een zakelijke rente, want dit was ook de hoogste rente die de bv bij een bank zou ontvangen op een spaarrekening. 

De dga zette het geleende geld vervolgens op een (internet) spaarrekening en ontving 3,6% rente. De dga behaalde aldus een voordeel van 1,1% van het geleende bedrag, ofwel van zo'n € 10.000. En aangezien zowel het uitgezette spaargeld als de schuld aan de bv voor de dga aan box 3 worden toegerekend en dus tegen elkaar weg vallen, viel er bij de dga niets te belasten voor de fiscus. 

Uit de van de bank ontvangen rente kon de dga de rente aan de bv betalen. Het verschil van zo'n € 10.000 op jaarbasis bleef onbelast, want rentebaten worden immers niet belast in box 3.

Inspecteur niet blij

Het zal duidelijk zijn dat de inspecteur hier niet blij van werd. Hij stelde dat de positie van de dga als directeur en als enig aandeelhouder van een BV hem in staat had gesteld deze overtollige liquide middelen te lenen onder zodanig voorwaarden dat met de gelden uit deze lening een voordeel te behalen was. De inspecteur bestempelde dit voordeel als resultaat uit overige werkzaamheden en daarmee werd dit progressief in box 1 belast.

De dga was het hier uiteraard niet mee eens en stapte naar de fiscale rechter. De rechtbank gaf de dga gelijk, waarop de inspecteur in hoger beroep ging bij het Gerechtshof. Het Hof gaf vervolgens de inspecteur gelijk. 

Volledige zeggenschap

Door de directe samenhang tussen het verkrijgen van de gelden en het plaatsen van die gelden op een internetspaarrekening, met een hogere rentevergoeding dan de aan de bvte betalen rente, moest volgens het Hof worden aangenomen dat de volledige zeggenschap van de dga in de bv hem in staat had gesteld in privé een voordeel te behalen door middel van activiteiten die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaan.

Bij normaal, actief vermogensbeheer is er sprake van toerekening aan box 3 en is de daadwerkelijke opbrengst (in dit geval rente) onbelast en worden de bezittingen minus de schulden in box 3 aangeslagen met 1,2% inkomstenbelasting. Is er evenwel sprake van meer dan normaal, actief vermogensbeheer dan wordt de opbrengst toegerekend aan box 1 en zijn de opbrengsten progressief belast, dus maximaal 52%.

Cassatie

Het zal duidelijk zijn dat de dga het niet eens was met het oordeel van het Hof en vervolgens ging de dga in cassatie bij de Hoge Raad, die de dga toch gelijk gaf.

Het uitzetten van gelden op een spaarrekening is een gewone beleggingshandeling, die normaal, actief vermogensbeheer niet te buiten gaat. Dit wordt niet anders als de uitgezette gelden zijn ingeleend. En zelfs niet als de uitgezette gelden worden ingeleend van een bv waarover de dga de zeggenschap heeft, aldus de Hoge Raad.

Bovendien vindt de Hoge Raad dat kennis van rentetarieven op spaarrekeningen ook niet als een bijzondere vorm van kennis is aan te merken op grond waarvan er alsnog sprake zou kunnen zijn van resultaat uit overige werkzaamheden, dat dan vervolgens alsnog in box 1 progressief belast zou worden.

Hoogste fiscale rechter

Volgens de hoogste fiscale rechter in ons land kan een dga gelden lenen van zijn bv en deze gelden vervolgens op een eigen spaarrekening zetten en daar een hogere rente van de bank op krijgen dan als rente aan zijn bvmoet worden betalen. Uiteraard moet de aan de bv betaalde rente een zakelijke rente zijn. 

In de hiervoor vermelde procedure betaalde de dga dezelfde rente als die de bv van de bank zou kunnen krijgen. In zoverre wordt de bv er niet slechter van. Het argument dat de fiscus in situaties als deze nog wel eens wil gebruiken is dat de bv zich een voordeel zou hebben laten ontgaan, gaat dus niet op. Het is immers een gegeven dat een bv minder rente van de bank krijgt op spaarrekeningen dan particulieren. 

Een bv kan (het voordeel van) de hogere rente immers helemaal niet halen. En als de dga een hogere rente betaalt aan zijn bv voor de geleende gelden dan de bv bij een bank zou kunnen krijgen (in de procedure dus meer dan 2,5%) dan ontvangt de bv zelfs meer rente dan ze bij een bank zou krijgen. Het argument van de inspecteur gaat dan al helemaal niet meer op.

Fiscaal interessant

Al met al is het niet alleen financieel, maar ook fiscaal interessant om geld van de eigen bv te lenen en op een privé-spaarrekening te zetten, mits natuurlijk de ontvangen rente hoger is dan de betaalde.

Auteur: drs. Henk Dollekamp FB, senior belastingadviseur de Jong & Laan 

Naar overzicht

Deel op:

De Jong en Laan - Fiscaal vriendelijk lenen van de eigen bv

(36097x gelezen) | fiscaal lenen