Nieuws

Datum: dinsdag 3 februari 2015

Geen overgangsrecht voor transitievergoeding

Vanaf 1 juli 2015 worden werkgevers op basis van de Wet Werk en zekerheid verplicht een transitievergoeding te betalen bij bepaalde gevallen van ontslag.

Seizoensarbeid

Op 9 december 2014 stelde het kamerlid Anne Mulder (VVD) enkele vragen hierover aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor werkgevers die veel met seizoensarbeid werken, zou de regeling voor de transitievergoeding onredelijk uitwerken. 

Brief

Bij de brief van 9 januari 2015 heeft de minister hierop geantwoord dat de regeling van de transitievergoeding onmiddellijke werking heeft (dus geen terugwerkende kracht) en dus in beginsel voor iedere werknemer geldt die op of na 1 juli 2015 wordt ontslagen. Er is geen onderscheid gemaakt tussen vaste en flexibele werknemers. Dus ook voor werknemers van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op of na 1 juli 2015 afloopt (en niet wordt verlengd) geldt dat zij recht hebben op een transitievergoeding als aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan.

Gelijke behandeling

Daarmee wordt de gelijke behandeling van vaste en tijdelijke werknemers bevorderd en het verschil tussen deze categorieën van werknemers verkleind. Voor het bepalen van het recht op transitievergoeding (en de omvang hiervan) telt de periode van voor 1 juli 2015 mee. Als een werknemer bijvoorbeeld drie jaar in dienst was - en dus aan het vereiste voor het ontstaan van een recht op transitievergoeding is voldaan, te weten: een dienstverband van ten minste twee jaar - heeft hij recht op een transitievergoeding van 1 maandsalaris (1/3 maandsalaris per dienstjaar). Dat geldt dus ook voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Zou het arbeidsverleden van voor 1 juli 2015 niet meetellen voor het bepalen van het recht op transitievergoeding (en de omvang hiervan) dan zou dit tot gevolg hebben dat werknemers die nu al aanspraak kunnen maken op een vergoeding bij ontslag, erop achteruitgaan. Daarom is hier niet voor gekozen.

Arbeidsovereenkomsten

Daarnaast is geregeld dat als arbeidsovereenkomsten elkaar met een tussenpoos van 6 maanden of minder opvolgen, zij voor het bepalen van het recht op een transitievergoeding (en de omvang hiervan) worden samengeteld. Gevraagd is waarom voor de periode tot 1 juli 2015 er niet voor gekozen is deze zogenoemde onderbrekingsperiode te stellen op 3 maanden.

Nieuwe regeling

De regeling van de transitievergoeding is een nieuwe regeling die pas inwerking treedt op 1 juli 2015. Voor de transitievergoeding geldt geen overgangsrecht. De reden hiervoor is dat het hier (anders dan de ketenbepaling) een nieuwe regeling betreft die mede is bedoeld om de grote verschillen tussen vaste en flexibele werknemers te verkleinen, niet om die te laten voortduren.

Tijdelijke arbeidsovereenkomst

Dat laatste zou (feitelijk) het geval zijn als geregeld was dat voor het recht op transitievergoeding arbeidsovereenkomsten van voor 1 juli 2015 alleen meetellen als zij elkaar met een onderbreking van 3 maanden of minder opvolgen. Voor veel (zo niet welhaast alle) werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst, zou dat betekenen dat alleen tijdelijke arbeidsovereenkomsten die eindigen op of na 1 juli 2015 meetellen voor het recht op transitievergoeding. Dat zou tegengesteld zijn aan het uitgangspunt dat voor het recht op een transitievergoeding geen onderscheid wordt gemaakt tussen tijdelijke en vaste werknemers.

Bron: Rijksoverheid

Naar overzicht

Deel op:

De Jong en Laan - Geen overgangsrecht voor transitievergoeding

(1354x gelezen) | overgangsrecht,arbeidsovereenkomsten,transitievergoeding