Nieuws

Datum: vrijdag 22 november 2013

Onderscheid particulier en ondernemingsvermogen niet discriminerend

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de wetgever onderscheid mag maken tussen het belasten van ondernemingsvermogen en het belasten van niet-ondernemingsvermogen.

BOF

De bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in de Successiewet is niet in strijd met het discriminatieverbod, omdat er gerechtvaardigde doelstellingen aan het onderscheid ten grondslag liggen.

Ruime beoordelingsvrijheid

De Hoge Raad stelde voorop dat niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen is verboden. Er is alleen sprake van discriminatie als er een redelijke en objectieve rechtvaardiging ontbreekt. Dit betekent dat alleen sprake is van verboden discriminatie als het gemaakte onderscheid geen gerechtvaardigde doelstelling heeft of als er geen redelijke verhouding bestaat tussen de maatregel die het onderscheid maakt en het daarmee beoogde gerechtvaardigde doel. Hierbij heeft de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid.

Gerechtvaardigde doelstellingen

De Hoge Raad oordeelde dat er voor het verschil in behandeling van ondernemingsvermogen en privévermogen gerechtvaardigde doelstellingen bestaan. De BOF is namelijk in het leven geroepen omdat de heffing van erf- en schenkbelasting bij verkrijging van ondernemingsvermogen liquiditeitsproblemen kan oproepen, waardoor de continuïteit van ondernemingen in gevaar kan komen. Denk bijvoorbeeld aan de heffing over (niet liquide) goodwill.

Bedrijfsoverdrachten

De wetgever heeft hierbij vooral bedrijfsoverdrachten binnen de familiesfeer op het oog gehad. De voortzetting zou een bijdrage kunnen leveren aan behoud en groei van de werkgelegenheid, behoud van economische diversiteit en aan stabiliteit. Daarnaast wilde de wetgever met de faciliteit ondernemerschap in het algemeen stimuleren. De bedrijfsopvolgingsfaciliteit is volgens de Hoge Raad bovendien niet van redelijke grond ontbloot. De wetgever heeft zich bij de keuze voor het onderscheid gebaseerd op veronderstellingen over het probleem en de gekozen oplossing, die niet evident onredelijk zijn.

Onderscheid

De bedrijfsopvolgingsfaciliteit houdt een vrijstelling in van 100% van de waarde van verkregen ondernemingsvermogen tot aan € 1.028.132 (2013) en 83% van de waarde die boven dat bedrag uitkomt. Alleen degenen die ondernemingsvermogen erven of geschonken krijgen, hebben recht op deze vrijstelling. Volgens de Hoge Raad is dit verschil in behandeling gerechtvaardigd.

Duidelijkheid Hoge Raad 

De BOF hield de gemoederen goed bezig. Anderhalf jaar na de eerste uitspraak van Rechtbank Breda over dit onderwerp is er nu duidelijkheid van de Hoge Raad. Hier ging veel aan vooraf. Zie bijvoorbeeld ook onze eerdere artikelen over dit onderwerp:

  • A-G Hoge Raad: BOF in erf- en schenkbelasting discrimineert
  • Overzicht zaken massaal bezwaar bedrijfsopvolgingsfaciliteit
  • Hof: BOF niet in strijd met Europese regels
  • Update bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet
  • Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in Successiewet discrimineert

Bron: SRA

Naar overzicht

Anderen bekeken

Meer weten?

Henry Fraterman

0548-537470
NaN

Stel uw vraag

Deel op:

De Jong en Laan - Onderscheid particulier en ondernemingsvermogen niet discriminerend

(1490x gelezen) | Hoge Raad,particulier,ondernemingsvermogen,BOF,bedrijfsopvolging,belasting,vrijstelling