Nieuws

Datum: vrijdag 24 mei 2013

Geen onzakelijke lening bij bijzondere omstandigheden

De Hoge Raad heeft recent opnieuw een tweetal arresten gewezen over de onzakelijke lening.

Onzakelijke leningen

In deze arresten wordt ingegaan op de vraag of er sprake kan zijn van een onzakelijke lening als de crediteur op het moment van verstrekken van de lening nog geen aandeelhouder was van, of anderszins gelieerd met, de debiteur.

Aandeelhouder

Daar moet aan worden toegevoegd dat de crediteur dat op een later moment wél wordt, dan wel dat hij al aandeelhouder was, maar dit voortvloeit uit de leningverstrekking.

Niet-verbonden partij

De kern van het concept onzakelijke lening komt er op neer dat sprake is van een dergelijke lening indien een niet-verbonden partij (een bank of een andere (professionele) financier) de lening niet zou hebben verstrekt vanwege het grote debiteurenrisico. De kwalificatie 'onzakelijke lening' heeft als gevolg dat een eventueel afwaarderingsverlies niet (fiscaal) aftrekbaar is.

De Hoge Raad

Of zoals de Hoge Raad het zegt: 'Indien en voor zover een geldverstrekking door een vennootschap aan haar aandeelhouder plaatsvindt onder zodanige voorwaarden en omstandigheden dat daarbij door die vennootschap een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, moet - behoudens bijzondere omstandigheden - ervan worden uitgegaan dat die vennootschap dat debiteurenrisico in zoverre heeft aanvaard met de bedoeling het belang van haar aandeelhouder in die hoedanigheid te dienen. Dit brengt mee dat een eventueel verlies op de geldlening in zoverre niet in mindering op de winst van die vennootschap kan worden gebracht.'

Arresten

In de arresten van 3 mei beslist de Hoge Raad dat er in ieder geval geen sprake kan zijn van een onzakelijke lening als (in de woorden van de Hoge Raad) '…het aandeelhouderschap een hoedanigheid is die voortvloeit uit de verstrekking van de lening.'

Meerderheidsaandeelhouders

Volgens de Hoge Raad is dit het geval als de crediteur in het kader van de verstrekking van de lening door toekenning van aandelen in de debiteur of anderszins, medegerechtigd wordt tot de winst van de debiteur en de meerderheidsaandeelhouders geen geldleningen verstrekken aan de debiteur. De Hoge Raad vindt het in dezen dus van belang dat de meerderheidsaandeelhouders geen leningen verstrekken aan de vennootschap.

Minderheidsbelang 

In het ene arrest betrof het een crediteur (X), die op het moment waarop hij de lening aan een besloten vennootschap verstrekte, een minderheidsbelang in deze besloten vennootschap bezat. Dit minderheidsbelang had hij evenwel verkregen in het kader van de lening (arrest met nummer 11/03249).

Aandelenbelang

Uit de feiten en omstandigheden leidde de Hoge Raad af dat de crediteur een aandelenbelang in de vennootschap had verkregen (mede) als beloning voor de lening die hij aan de vennootschap heeft verstrekt.

Debiteurenrisico

De Hoge Raad oordeelde op grond hiervan dat het debiteurenrisico niet wordt aanvaard in de hoedanigheid van aandeelhouder, maar dat het aandeelhouderschap voortvloeit uit het verstrekken van de lening. De omstandigheid dat X het aandeelhouderschap al vóór het verstrekken van de lening had verkregen, deed hier in casu volgens de Hoge Raad niet aan af.

Achtergestelde lening 

In het andere arrest had de crediteur een converteerbare achtergestelde lening verstrekt aan een besloten vennootschap (arrest met nummer 12/4193). Indien deze lening wordt geconverteerd, wordt een minderheidsbelang verkregen. Ook hier oordeelde de Hoge Raad dat er geen sprake was van een onzakelijke lening. In beide gevallen kon het afwaarderingsverlies derhalve genomen worden.

Beloning

Het is altijd interessant om te onderzoeken wat een arrest nu precies betekent voor de praktijk. In deze arresten wordt gesproken over het feit dat het aandeelhouderschap een beloning vormt voor het verstrekken van een lening met een (onzakelijk) hoog debiteurenrisico.

Uitzonderingen

Is de uitzondering nu hiertoe beperkt? Of is er ook geen sprake van een onzakelijke lening als het toekomstig aandeelhouderschap los staat van de verstrekking van de onzakelijke lening?

Geen aandeelhouderschap

Terugkomend op de bovenstaande vraag kan op basis van deze uitspraken al worden geconcludeerd dat er geen sprake kan zijn van een onzakelijke lening als er op het moment van verstrekken nog geen sprake was van aandeelhouderschap, maar dit aandeelhouderschap pas later ontstaat. Die conclusie lijkt nog iets te snel te zijn getrokken.

Verdere jurisprudentie

Daarnaast is er nog de door de Hoge Raad geformuleerde voorwaarde dat de meerderheidsaandeelhouders dan geen leningen mogen hebben verstrekt. Verdere jurisprudentie zal een en ander verder duidelijk (moeten) maken. De huidige twee arresten geven evenwel al wel een feitencomplex aan, dat als richtsnoer kan dienen om een kwalificatie als onzakelijke lening te voorkomen.

 Bron: Accountancynieuws

Naar overzicht

Deel op:

De Jong en Laan - Geen onzakelijke lening bij bijzondere omstandigheden

(1948x gelezen) | onzakelijke lening,bv,lening,voorwaarden,zakelijk,privévermogen